Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Vormsel

Vormsel – je persoonlijk Pinksterfeest

Voor het vormsel staat feitelijk het Pinksterfeest model. Jezus is gestorven, niet langer lijfelijk bij zijn vrienden. Zonder hem zitten zijn leerlingen aanvankelijk ontmoedigd en wanhopig bij elkaar. Toch herinneren zij zich Jezus’ woorden dat Hij hen niet echt in de steek zal laten: de Trooster en Helper zal komen! Op de dag van Pinksteren (Hand. 2,1-13) gebeurt dit inderdaad: hen overkomt een nieuw elan, als een windvlaag, als vuur, een en al enthousiasme (letterlijk: in God zijn).

Het vormsel mogen we beschouwen als ieders persoonlijk Pinksterfeest. Wie geboren wordt, groeit naar volwassenheid, wie gedoopt is leeft naar het vormsel toe, waar je voor heel je verdere leven de belofte krijgt aangereikt: ‘… (naam), ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods’. Dat je zo, wat ook gebeurt, een mens vol bezieling en enthousiasme mag zijn.

Gedoopt en gevormd worden zijn als het ware twee zijden van de ene geloofsmedaille: het dopen gebeurt met water (waarbij we ook om de heilige Geest bidden); het vormen gebeurt met ‘vuur’, met heilige Geest (waarbij we ook alles van de doop in herinnering roepen: we hernieuwen onze doopbeloften). De ‘meerwaarde’ van het vormsel krijgt in de r.-k. kerk extra gestalte door de persoon van de bedienaar: mag de doop door een priester of diaken bediend worden (in nood zelfs door iedere gelovige), het vormsel is voorbehouden aan de bisschop zelf. Wel verleent deze, omdat hij niet overal tegelijk kan zijn, vaak aan enkele directe medewerkers ook bevoegdheid tot vormen.

Ga terug naar Vormsel