Katholieken en hun vieringen (feesten)

Zegeningen

Vormen van zegenen

Wanneer iemand of iets gezegend wordt horen daar toepasselijke woorden bij: de zogenaamde zegenbede. Een zegen kan alleen uit woorden bestaan maar meestal is een zegen een ritueel; dat wil zeggen dat het zegenen een handeling is waarbij zowel woorden als gebaren onderdeel van zijn. Een protestantse eredienst wordt afgesloten met een zegenbede, meestal uitgesproken door de dominee. Terwijl die zegenbede, veelal de zegen van Aaron, wordt uitgesproken, strekt de dominee zijn beide handen met de handpalmen naar beneden uit over de kerkgangers. Zo spreekt hij of zij niet alleen de zegen uit maar wordt deze ook uitgebeeld. Het gebaar dat de dominee maakt is een handoplegging op afstand, een variant op de eigenlijke handoplegging die bij de zegening van een trouwpaar wordt gebruikt. In dat geval legt de dominee zijn ene hand op het hoofd van de bruid en de andere op het hoofd van de bruidengom. Deze van oorsprong protestantse wijzen van zegenen worden tegenwoordig ook door katholieke voorgangers toegepast.

In de katholieke liturgie gaat het zegenen eveneens gepaard met rituele handelingen. Als de zegenbede aan het slot van een eucharistieviering door de priester wordt uitgesproken, geeft hij aansluitend ook de zegen door een kruisteken te maken over de kerkgangers. Bij bepaalde zegeningen in de katholieke liturgie zoals de absoute (laatste zegen van het lichaam van de overledene) of de zegening van een nieuw gedolven graf wordt gebruik gemaakt van gezegend water (wijwater) dat met een wijwaterkwast wordt verspreid (het ‘besprenkelen met wijwater’)

Ga terug naar Zegeningen