Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Monniken

Taken in het klooster

foto: René Winters, Hamont-Achel (B)

Buiten het bidden moet er ook een hoop gebeuren in het klooster. De monniken hebben veel taken. Zo moeten zij voor hun eigen voedsel zorgen. Op de stukken land of in de tuinen verbouwen zij hun eigen groenten en kruiden. Voorbeelden van kruiden zijn: moederkruid, longkruid, citroenmelisse en marjolein. De ontdekkingen over de geneeskundige kracht van planten schreven zij in boeken (herbaria). Ook houden de monniken dieren, bijvoorbeeld koeien, varkens en kippen. Door te werken verdienen de monniken geld om van te leven. Dit geld is van hen allemaal, de één kan dus niet meer verdienen dan de ander. De kruiden die zij verbouwen worden gebruikt om het eten mee te kruiden en medicijnen en zalfjes van te maken. Eén van de taken van de monniken is het helpen van zieke en arme mensen. Zieken uit de omgeving werden naar het klooster gebracht om hier met geneeskrachtige kruiden geholpen te worden. Elk klooster had hiervoor een aparte ziekenzaal.
De monniken doen ook een hoop handwerk, zoals meubels timmeren, potten bakken, bier brouwen of kaarsen maken, de producten die zij maken, verkopen zij later door.
In de middeleeuwen waren zij de enige mensen die konden lezen en schrijven. Hierdoor waren zij de enige bron van onderwijs en gezondheidszorg. Zo werden de kloosters ook scholen. Kinderen van adel werden er naar school gestuurd. Zij leerden lezen, schrijven en rekenen van de monniken. De kinderen kregen natuurlijk ook godsdienstles.

Ga terug naar Monniken