Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Hervormingen

Schuilkerk

Waar vóór het begin van de opstand in de Nederlanden (1572) de protestanten in de verborgenheid van een schuur of huis, of nog vaker in het open veld (hagenpreken) hun erediensten moesten houden, veranderde dat na 1572. De oude kerkgebouwen werden – eerst in Zeeland en Holland – door de belijders van de nieuwe richting overgenomen. De rooms-katholieke gelovigen en hun priesters moesten ondergronds.

Bevoorrechte gereformeerde kerk

Amsterdam Municipal Department for the Preservation and Restoration of Historic Buildings and Sites (bMA)

Tot 1650 kwamen katholieken bij elkaar in particuliere huizen of boerderijen. Mondeling werd doorgegeven waar de Mis gevierd zou worden en waar een priester (soms vermomd als marskramer) aanwezig was. Vanaf 1650 en zeker na de inval van de Fransen in het ‘rampjaar’ 1672 was er van geheimhouding geen sprake meer. Iedereen wist waar de katholieken samenkwamen, maar aan de buitenkant mocht het gebouw niet als kerk herkenbaar zijn. Bovendien moest er flink betaald worden om toestemming voor zo’n schuil- of schuurkerk te krijgen en het tijdstip van de dienst mocht niet samenvallen met het tijdstip van de bevoorrechte gereformeerde kerk.
Soortgelijke bepalingen golden tot de stichting van de Bataafse Republiek in 1795 ook voor lutheranen, doopsgezinden en remonstranten.
Een prachtig voorbeeld van een katholieke schuilkerk is ‘Onze lieve Heer op Solder’ in Amsterdam.

Ga terug naar Hervormingen