Katholieken en de samenleving

Katholiek Onderwijs

Schoolkwestie

De katholieke school zoals we die in de 20ste en 21ste eeuw kennen heeft haar wortels in de schoolstrijd uit de 19de eeuw. Bij de grondwetsherziening van 1848 erkende Thorbecke de vrijheid van onderwijs maar in de schoolwetten die daarop volgden (1857 en 1878) was niet de mogelijkheid voorzien van subsidiëring door de overheid van confessioneel (katholiek en protestants-christelijk) onderwijs. In een groot deel van de 19de eeuw was daarentegen de gemengde openbare school in zwang. In de praktijk nam die vaak de godsdienstige kleur van de omgeving aan. Liberalen en aanvankelijk ook katholieken waren voorstanders van deze school, de orthodox-protestanten daarentegen waren tegenstanders.

Mandement

Onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het steeds minder godsdienstige karakter van de gemengde openbare school en de kerkelijke documenten tegen het liberalisme, sloten de katholieken zich aan bij de protestanten om samen ten strijde te trekken voor confessioneel onderwijs. In 1868 gaven de Nederlandse bisschoppen een mandement uit over het lager onderwijs waarin zij opriepen tot eigen katholiek onderwijs. Pas bij de onderwijswet van 1889 van het eerste christelijke kabinet Mackay komt er een gedeeltelijke financiële bijdrage door de overheid voor het confessioneel onderwijs. De grondwetsherziening van 1917 bracht uiteindelijk de financiële gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs (artikel 23) en het was minister De Visser die dit tot werkelijkheid in zijn onderwijswet van 1920 heeft gemaakt. Vanaf dat moment worden katholiek en ook bijvoorbeeld protestants-christelijk onderwijs volledig gesubsidieerd door de overheid.

Ga terug naar Katholiek Onderwijs