Waarin katholieken geloven

Schepping

Schepping en evolutietheorie

De evolutietheorie is een natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven op aarde, voor het ontstaan van de soorten. Ze berust op twee principes: toevallige mutaties binnen het genetisch overgedragen erfelijkheidsmateriaal, en natuurlijke selectie: het overleven van die individuen die de best aangepaste eigenschappen hebben meegekregen. Organismen met andere eigenschappen verdwijnen. Men veronderstelt daarbij dat alle soorten een gemeenschappelijke afstamming hebben. Belangrijk onderdeel van veel evolutionair denken is dus, dat de evolutie door toeval gestuurd wordt, zowel in de genetische samenstelling als in de omgevingsfactoren die een rol spelen bij de selectie.

Hoewel katholieken geloven dat ze gerust kunnen meegaan in het idee dat de soorten door een miljarden jaren durende ontwikkeling tot de huidige samenstelling zijn ontwikkeld, lijkt de evolutietheorie, voor zover ze claimt dat de hele ontwikkeling door toeval is gestuurd, in strijd met de idee dat de mens geschapen is door een planmatige God. God heeft immers een bedoeling met zijn schepping. Het is geen toeval dat we hier zijn.

Soms wordt wel eens vergeten dat de evolutietheorie ook ‘slechts’ een theorie is en niet het uiteindelijke, definitieve antwoord op de vraag naar de oorsprong van alles. Bovendien kan ze niet bewijzen dat de hele ontwikkeling door toeval is gestuurd.

De katholieke kerk verzet zich niet ongenuanceerd tegen de evolutietheorie. Men aanvaardt de theorie dat het menselijk lichaam zijn oorsprong vindt in reeds bestaande levende materie. Maar voegt er wel meteen aan toe dat de ziel onmiddellijk door God is geschapen. De mens is meer dan materie.

Ga terug naar Schepping