Bronnen en verhalen waar katholieken uit putten

Oude testament

Profeten

In de Bijbel zijn profeten ‘intermediairs’ tussen God en mensen: ze spreken namens God tot het volk, of omgekeerd. Bekende profeten zijn Mozes, Samuel, Elia en Elisa, Jesaja, Jeremia en Ezechiël. Maar ook de 12 ‘kleine’ profeten, zoals Amos en Jona, spreken tot de verbeelding.

Profeten vinden hun inspiratie in extase, dromen of visioenen en hun geluid is veelal kritisch: ze keren zich geregeld tégen de gevestigde orde en kondigen de nodige rampspoed aan, in de hoop dat mensen tot inkeer komen. Maar profeten spreken ook woorden van hoop, bemoediging of aansporing.

Mozes

De Bijbel beschouwt Mozes als de grootste profeet die Israël ooit gekend heeft. Met niemand ging God zo vertrouwelijk om als met hem. Aan Mozes werd immers de naam van God geopenbaard, hij leidde het volk weg uit Egypte en bracht het naar het beloofde land Kanaän.

Volgens de joodse traditie is de hele Thora (Genesis tot en met Deuteronomium) geschreven door Mozes. Hij bemiddelde tussen God en zijn volk, en geldt als wetgever, profeet en stichter van de eredienst.

Elia en Elisa

Het optreden van Elia en Elisa kenmerkt zich door hun inzet voor rechtvaardigheid en sociale bewogenheid. De twee profeten ijveren voor het geloof in de ene God en bestrijden de verering van andere goden. Hun bijzondere band met God blijkt onder andere uit de ontmoeting op de berg Horeb. Daar openbaart God zich aan Elia in het gefluister van een zachte bries. Beide profeten zijn onafscheidelijk, totdat Elia in de hemel wordt opgenomen en daarmee volgens de overlevering onsterfelijk is geworden.

Ga terug naar Oude testament