Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Kerkvaders

Proeven aan de theologie van de kerkvader Ambrosius

Ambrosius was bisschop in de tweede helft van de 4e eeuw. Hij hechtte er veel belang aan om het christelijk geloof juist en oprecht te onderwijzen. Dit was nodig ook, tegen de nieuwe en afwijkende vormen van christendom in, die zich naast de kerk steeds meer ontwikkelden. Ambrosius moest het geloof verdedigen tegen de Arianen, christenen die de godheid van Christus loochenden.

Bisschop Ambrosius (339-397) van Milaan legt uit dat de eucharistische maaltijd niet in eerste instantie bedoeld is als voeding. Christus staat centraal in deze maaltijd en moet dus ook centraal staan in de beleving van de christen. Christus is de sleutel tot het begrijpen van de eucharistie.

‘Het Lichaam van Christus is geen lichamelijk, maar geestelijk voedsel. (..) Het Lichaam van Christus is het Lichaam van de goddelijke Geest, omdat Christus geest is (..). Dit voedsel versterkt ons hart en deze drank maakt het hart van de mens blij’ (De Mysteriis, IX).

Ambrosius stelt dat de sleutel tot het verstaan van de Schriften Christus zelf is. Ambrosius noemt Christus als de ware interpreet, zowel van het OT als het NT. Hij vindt dat de totale levensinstelling van een christen er op gericht moet zijn Christus te begrijpen. Hij vergelijkt die gewenste instelling met de houding van een zanger die, op het punt om een uitvoering te geven, wacht op de dirigent om aan te geven wanneer en op welke toon hij moet gaan zingen. Op dezelfde manier moet een gelovige op Christus gericht zijn: attent wachtend, met een luisterende houding: de religiosa audientia. In de tekst over de eucharistie toont de kerkvader al een voorzichtig uitgesproken realistische sacramentsopvatting. Christus is werkelijk aanwezig in de eucharistie. Hij wijst zijn hoorders ook bijvoorbeeld op de plaats waar Christus zelf spreekt in de liturgie van het eucharistisch gebed.

Ga terug naar Kerkvaders