Katholieken en hun vieringen (feesten)

Uitvaart

Lichtritueel

Vaak wordt als de overledene zelf kerkbetrokken was een communieritus opgenomen in de uitvaartdienst. Omdat in de huidige tijd en cultuur de vertrouwdheid met de communie aanzienlijk is afgenomen, kan ook voor een ander ritueel gekozen worden: ieder komt een waxinelichtje aansteken of een bloem plaatsen bij de overledene. De nadruk van het kerkelijk afscheidsritueel ligt immers op wat ons blijvend met de dode(n) verbindt én op wat ons, ‘de nabestaanden’, hier en nu, verbindt met elkaar, tot troost en toekomst. Altijd wordt door directe naasten in avondwake en uitvaartdienst een lichtritueel gehouden: we steken kaarsen aan rond de kist. Hierbij nemen we het licht van de paaskaars: deze kaars staat voor ons Paasgeloof in licht en leven. Doorgaans staan op deze, in de paasnacht gewijde en ontstoken, kaars de letters Alfa en Omega (zie Apok. 21,6), begin- en eindletter van het Griekse alfabet (wij zouden zeggen: van a tot z). Ook zo wordt duidelijk dat God er altijd is, al van voor ons (fysieke) begin tot voorbij ons (fysieke) einde. Deze kaars ‘verlicht’ alles wat een heel jaar door in de kerk plaatsvindt; en is tegelijk beeld van het eeuwige licht: God ís licht, zelfs door de dood heen! Het lichtritueel maakt ook duidelijk dat het leven zelf bestaat uit het doorgeven van het levenslicht van generatie op generatie. Treffend komt dit tot uiting wanneer de partner van de gestorvene de eerste kaars naast de baar aansteekt, kinderen de volgende en kleinkinderen de laatste.

Ga terug naar Uitvaart