Katholieken en hun vieringen (feesten)

Liturgie

Kersttijd (kerkelijk jaar)

Het liturgisch (kerkelijk) jaar begint vier zondagen voor het Kerstfeest met de advent (van ‘adventus’: komst). Centraal staat de verwachting van Jezus’ komst lang geleden en zijn toekomstige komst. Een periode van inkeer en versobering, van bidden en (ver)wachten. Door elke zondag een adventskaars meer aan te steken wordt de weg van het donker naar het licht gesymboliseerd.

Kerstmis (wit)

Kerstfeest is het grote feest van de geboorte van Gods Zoon. ‘Kerstmis’ betekent ‘Christus mis’: een mis gevierd ter ere van de geboorte van Christus (Engels ‘Christmas’).

Kerst-mis: nachtmis en dagmis

In het midden van 24 op 25 december vindt de drukbezochte nachtmis plaats, waarin het wonder van de geboorte van het Kind en zijn aankondiging door engelen gevierd wordt.
In de dagmis wordt het wonder van de geboorte van God in de wereld benadrukt.
’s Middags komen de kinderen naar de kerk voor het ‘kindje wiegen’: zij horen en spelen het kerstverhaal en eten en drinken wat lekkers.

Driekoningen (ook wel Epifanie of Openbaring van de Heer genoemd)

Bij dit feest wordt stilgestaan bij de geboorte van Jezus, zoals staat beschreven in het evangelie van Matteüs (hoofdstuk 2:1-12). Het is traditie dat kinderen tijdens dit feest ’s avonds met lampionnen bij mensen langs de deur gaan. Al zingend hopen zij zo snoepgoed of een zakcentje voor een goed doel op te halen.

De viering van Jezus’ doop sluit de kersttijd liturgisch af. ‘De tijd door het jaar’ met als liturgische kleur groen begint.

Ga terug naar Liturgie