Katholieken en de samenleving

Katholiek Onderwijs

Het begin

De geschiedenis van het schoolwezen laat vaak een hechte relatie zien tussen het christendom en het onderwijs in het westen van Europa. Dat begon al in de Middeleeuwen met abdijscholen, aanvankelijk bedoeld voor jongens om hen op te leiden tot monnik maar later ook voor jongeren die geen monnik wilden worden. Een kerkelijk schooltype dat daar sterk op lijkt zijn vanaf de Karolingische tijd (8e-9e eeuw) de kathedraalscholen onder verantwoordelijkheid van een bisschop. De inhoud van het onderwijs bestond voornamelijk uit de zeven vrije kunsten: het trivium (grammatica, welsprekendheid, logica) en quadrivium (algebra, meetkunde, astronomie, muziek). Belangrijk waren daarnaast ook gebed en kennis van de liturgie. In de tijd van de Reformatie komt er verzet tegen deze kerkelijke vorm van onderwijs en beweegt het onderwijs zich steeds meer uit de directe invloedsfeer van de kerk. Het onderwijs blijft verder sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden, landelijke onderwijswetten komen er pas in de negentiende eeuw, in de Franse tijd. In de Staatsregeling van het Bataafse Volk van 1798 werd voor het eerst de zorg van de overheid voor het onderwijs vastgelegd.

Ga terug naar Katholiek Onderwijs