Katholieken en hun bezinning

Gewijde muziek

Johann Sebastiaan Bach

Geboren in Eisenach op 21 maart 1685 en overleden in Leipzig, 28 juli 1750. Hij was een Duits organist, componist, klavecinist, violist, muziekpedagoog en dirigent van barokmuziek. De meeste musicologen zien hem als de grootste en invloedrijkste componist uit de geschiedenis van de klassieke muziek vanwege de inventiviteit waarmee hij melodie, harmonie en ritme, maar ook diverse muziekstijlen uit zijn tijd en dansvormen combineerde.

Bach schreef veel van zijn muziek voor de Lutherse Kerk. Vanaf 1723 tot aan zijn dood was hij cantor van de Thomaskerk in Leipzig (zie afbeelding). Van de overgele-verde motetten zijn vooral Der Geist hilft unser Schwachheit auf (BWV 226) en Jesu, meine Freude (BWV 227) bekend. Zijn vele cantates componeerde hij voor de reguliere zondagsdiensten buiten de vastentijd.

Bach creëerde ook muzikale interpretaties van de Bijbel met behulp van koren, aria’s en recitatieven. Deze werken duidt men aan als zijn passies, waarvan de bekendste zijn de Matthäuspassion (BWV 244) en de Johannespassion (BWV 245). De Johannespassion (1724) volgt het evangelie naar Johannes. De Matthäuspassion vertelt het lijdensverhaal uit het Matteusevangelie. Zij waren bedoeld voor speciale diensten op respectievelijk Witte Donderdag en Palmzondag. Deze barokke passies zijn een zeer uitgebreide cantate (ook wel oratorium genoemd), met als basistekst het lijdensverhaal van Christus, aangevuld met eigentijdse gedichten en kerkliederen.

Naast de passions van Bach bestaan er meer passions: de Estse componist Arvo Pärt schreef ter gelegenheid van het 250e sterfjaar van Bach een Johannespassion (2000).

Ga terug naar Gewijde muziek