Waarin katholieken geloven

Jezus Christus

Jezus’ relatie tot de Vader nader bekeken

De eerste gemeenschappen zijn, anders dan dat misschien doet vermoeden, minder eensgezind dan gedacht. De groei en verspreiding van de christelijke boodschap maakt het noodzakelijk de rechtzinnigheid strikter te formuleren. Om de eenvormigheid te stimuleren en dwalingen tegen te gaan, komt men in de vroege kerk tot een geloofsbelijdenis. Concilies (=kerkvergaderingen) te Nicea (325) en Constantinopel (381) scheppen helderheid over de persoon van Jezus en zijn verhouding tot de Vader.

Het eerste gedeelte van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel luidt:

‘Ik geloof in één God de almachtige Vader

Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.

En in één Heer, Jezus Christus,

eniggeboren Zoon van God,

vóór alle tijden geboren uit de Vader.

God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.

Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader,

en door wie alles geschapen is.

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.

Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria

en is mens geworden.

Hij werd voor ons gekruisigd,

Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven

Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.

Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader.

Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden

en aan zijn rijk komt geen eind.’

Ga terug naar Jezus Christus