Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Monniken

Hoe ziet een klooster eruit?

De kloosters uit de tijd van Benedictus (rond 500 na Chr.) werden neergezet op stille plekken. Bijvoorbeeld op een berg of ergens buiten de stad. Na de tijd van Benedictus (rond 900 na Chr.) werden de kloosters ook wel in steden gebouwd. Maar hoe ziet een klooster er nu precies uit? De ingang van het klooster is het poortgebouw. Een klooster heeft een vierkante binnentuin. Om die binnentuin loopt een kloostergang. Op die kloostergang komen verschillende deuren uit. Dit zijn voornamelijk deuren van gemeenschappelijke ruimtes. Zoals: de keuken, slaapkamers, de bibliotheek, de wasruimte, eetzaal, ziekenruimte en de kapittelzaal. De ingang van de kerk grenst niet aan de kloostergang. Deze is meer afgezonderd.

De kerk is het belangrijkste gebouw van het klooster. In de kerk komen de monniken zeven keer per dag bij elkaar om gezamenlijk te bidden. Een andere belangrijke ruimte is de kapittelzaal. De kapittelzaal is een soort vergaderruimte. Elke ochtend komen de monniken bij elkaar voor het kapittel van de abt dat allereerst een meditatie is op een deel uit de ‘Regel’. Om het klooster staat een grote buitenmuur, deze scheidt het klooster af van de buitenwereld.
Kloosters hebben vaak stukken land of een grote tuin. De monniken verbouwen daar hun eigen voedsel. Als er iets over is, verkopen zij dit.

Ga terug naar Monniken