Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Hervormingen

Eucharistie

Eén van de twistpunten tussen de reformatoren en de officiële kerk draait om het sacrament van de eucharistie. De officiële leer van de rooms-katholieke kerk zegt dat brood en wijn tijdens de consecratie letterlijk veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus (transsubstantiatie). De hostie (geconsacreerd brood) is daardoor heilig en wordt met zorg behandeld en bewaard.
Over wonderen rond de H. Hostie zijn uit de vroege en late middeleeuwen mooie getuigenissen overgeleverd. De stille omgang in Amsterdam bijvoorbeeld voert terug op het ‘Mirakel van Amsterdam’ uit 1345.
Een wonderlijk gebeuren rond de Hostie van een zieke man.

De reformatoren hadden moeite met dit geloof in de eucharistie en stonden een andere opvatting voor. Zij zeiden dat brood en wijn bij het avondmaal niet letterlijk in het lichaam en bloed van Christus veranderen. Jezus komt, volgens Luther, zo dichtbij dat brood en wijn ‘van zijn geest doorgloeid worden’: consubstantiatie. Calvijn benadrukte dat Christus wel degelijk present is onder de tekenen van brood en wijn. Zij veranderen echter niet op blijvende wijze in het lichaam en bloed van Christus (zoals rooms-katholieken geloven).
Zwingli ging nog een stap verder. Hij vond dat brood en wijn slechts symbolisch verwijzen naar Christus’ avondmaal en passie. Calvijn legde de nadruk ook op de gemeenschap: bij het vieren van het avondmaal komt de heilige Geest heel dichtbij en die versterkt de gemeenschap als Lichaam van Christus.

In de protestantse kerken werd de verkondiging van het Woord het belangrijkste onderdeel van de dienst, het avondmaal wordt enkele malen per jaar gevierd.
Het concilie van Trente besloot dat de Mis – met tegenwoordigstelling van het offer van Christus in de consecratie – volledig in takt moest blijven.

Ga terug naar Hervormingen