Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Monniken

Een dag in het klooster

Clarissen van Megen, ca. 1961, foto Guus Bekooy, collectie MRK Uden

Per dag wordt er zeven keer door de monniken gebeden. De monniken moeten bij elk getijdengebed aanwezig zijn. De eerste bijeenkomst, vond midden in de nacht plaats. Tegenwoordig is dat vroeg in de morgen. Het tweede getijdegebed vond plaats, net voordat het buiten licht werd. Dit is nu het eerste gebed. Hierna wordt er ontbeten. In de ochtend, staan er een heilige mis en twee getijdegebeden op het programma. In de middag kunnen de monniken werken op het land of handwerken. In de ochtend/ middag wisselen werk en gebed elkaar af. De eucharistieviering vindt elke dag plaats. Het is belangrijk voor de monniken om elke dag, onder de tekenen van brood en wijn, Christus te ontmoeten.

‘Ora et labora’ is het devies van Benedictus, ‘bid en werk’. De meeste benedictijnen bidden nog op oude wijze, met gregoriaanse gezangen, hierin zijn de psalmen en andere teksten prachtig verklankt.

Behalve bidden en werken is er ook tijd voor de lectio divina, als onderdeel van het monnikenleven. Zij lezen de psalmen en andere boeken van de H. Schrift, niet in eerste plaats voor de informatie, maar om contact te zoeken met God. Aan het einde van de middag is er opnieuw een getijdegebed. Hierna wordt er voor de avond gegeten. Dit doen ze in de eetzaal van het klooster (refter). Tijdens de maaltijd praten de monniken niet met elkaar. Eén monnik leest voor uit de Bijbel, de regel van Benedictus, of een andere religieuze tekst. Na het avondeten is er nog een laatste gebed en hierna gaan de monniken naar bed.

Ga terug naar Monniken