Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Doop

Dopen in de Bijbel

Jezus zelf werd ook gedoopt. Johannes de Doper was bezorgd om de mensen, hoe ze leefden, en riep hen op zich te bekeren en zich te laten dopen in de rivier de Jordaan. Om zo hun zonden af te wassen. In het evangelie van Lucas (Luc. 3,16) staat:

‘(…) Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.’

Jezus gaat naar Johannes de Doper, die voelt dat er iets ten goede gaat veranderen. Wanneer Jezus naar de Jordaan loopt om zich te laten dopen, ziet Johannes in Hem de Messias (=gezalfde). En dan lezen we in het evangelie (Mat. 3,16-17):

‘Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen; en een stem uit de Hemel sprak: ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.’’

De Geest bekrachtigt bij Jezus’ doop dus dat Jezus de Messias is.

Net als in Johannes’ tijd worden mensen gedoopt om hun zonden af te wassen. Gedoopt wordt in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Deze opdracht heeft Jezus zelf na zijn verrijzenis aan de apostelen gegeven (Mat. 28,16-20).

Verreweg de meeste dopelingen gaan nu niet, zoals bij Johannes, helemaal kopje onder. Een beetje water over het hoofd volstaat.

Ga terug naar Doop