Bronnen en verhalen waar katholieken uit putten

Oude testament

De tempel

De tempel in Jeruzalem vervulde een belangrijke rol in de verering van de God van Israël. De eerste tempel, ook wel de tempel van Salomo genoemd, werd in de tiende eeuw v.Chr. gebouwd en in 586 v.Chr. door de Babyloniërs verwoest.

Na de Babylonische ballingschap herbouwde men rond 515 v.Chr. de tempel. Aan het einde van de Joodse Oorlog in 70 n.Chr. wordt ook deze tweede tempel verwoest, tijdens een aanval van het Romeinse leger. De beroemde plek in Jeruzalem die bekendstaat als de Klaagmuur, bestaat uit restanten van de westelijke muur van het tempelplein.

Salomo

Koning Salomo liet een voor zijn tijd grote tempel bouwen. Er stond één grote ringmuur om de terreinen van de tempel én om het paleis van de koning heen. Zo werd de nauwe relatie tussen godsdienst en koninklijke macht uitgedrukt.

De tempel was ongeveer dertig meter lang, tien meter breed en vijftien meter hoog. Er was een voorhal die toegang gaf tot een grote zaal, die ook wel ‘het heilige’ wordt genoemd. Daarachter lag de achterzaal, het zogenoemde ‘allerheiligste’. Daarin stonden de ark van het verbond, met de twee stenen tafelen, en een verguld altaar. Op het plein voor de tempel stond een groot altaar waarop de offerdieren werden verbrand.

Tempelpersoneel

In en rond het heiligdom werkten verschillende functionarissen, waarvan de priesters en de hogepriester de belangrijkste waren. Zij brachten namens de mensen offers aan God , spraken Gods zegen uit over het volk, en gaven onderwijs over godsdienstige en juridische zaken. Het priesterambt in Israël was erfelijk en duurde levenslang.

De Levieten vormden een eigen klasse van tempeldienaren, ondergeschikt aan de priesters. Daarnaast waren er ook nog zangers, poortwachters en tempelknechten.

Ga terug naar Oude testament