Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Kerk

De Kerk als volk van God

Vanaf het Tweede Vaticaans Concilie (de grote kerkvergadering van de twintigste eeuw) gaat het model van de Kerk als volk van God een grote rol spelen. Dit model biedt meer ruimte aan historiciteit dan de vorige twee. Het legt de nadruk op het door God geroepen worden van alle mensen en op het priesterschap van alle gelovigen. De gezamenlijke verantwoordelijkheid om het evangelie te verkondigen, gaat vooraf aan het onderscheid tussen ambtsdrager en leek. Dat leidt tot actieve inzet van leken binnen het kerkelijke werk. Het gaat bij het Godsvolk niet om een natuurlijk gegroeid volk, maar om een uitverkoren volk: vanuit de volkeren en onder de volkeren. De Kerk die zichzelf als Gods volk beschouwt, ziet zichzelf dus niet als een nu reeds perfecte maatschappij, maar ziet het als een historische opgave om in elke tijd op een eigen en bij die tijd passende manier, naar Gods bedoeling te leven. Het is dus heilshistorisch van aard. Een laatste kenmerk van het volk van Godmodel is ook het grotere heilshistorische verband. Het verbindt de Kerk met het volk van God waarvan het Oude testament getuigt: het joodse volk. De Kerk geeft verder vorm aan deze heilshistorische wortels. De Kerk staat in de lijn van de vernieuwing van dit volk in Christus. Het model van de Kerk als Gods volk beklemtoont de continuïteit en de openheid van het geloofsgebeuren: het is een volk dat door God verzameld wordt, vanuit de volken en onder de volken.

Ga terug naar Kerk