Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Kerk

De Kerk als societas perfecta

Het model van de Kerk als societas perfecta is vooral vanaf 1800 belangrijk. Met dit model verdedigt de Kerk zich tegen veranderingen van die tijd op cultureel gebied (Verlichtingsfilosofie), maar ook op politiek (opkomende nationale staten) en economisch vlak (liberalisme, socialisme). De vertrouwde manieren van leven en denken veranderen (emigratie, urbanisatie, industrialisatie, vrouwen- en kinderarbeid) evenals traditionele verhoudingen (sociale klassen in plaats van standen, vakbeweging, meer anonieme en verzakelijkte relaties). In de reactie van de Kerk op de sociale onrust en ontheemdheid valt de nadruk op gemeenschap op: de Kerk is als societas perfecta een toonbeeld en voorbeeld van samenhang, inbedding en continuïteit met het verleden. Met societas wordt dus de gemeenschap van de Kerk bedoeld. Het woord perfecta verwijst niet zozeer naar een gemeenschap die perfect is, maar naar de juridische onafhankelijkheid van de Kerk ten opzichte van de staten, die de Kerk als een vijandige buitenlandse mogendheid beschouwden. Met het standpunt dat de Kerk een societas perfecta is, zegt de Kerk dat ze niet aan het gezag van die staten onderworpen is. Daarnaast impliceert het besef dat de Kerk door Christus gesticht is met het oog op het eeuwig heil, dat zij dan wel niet perfect is, maar wel superieur ten opzichte van de staten, die er immers alleen voor het tijdelijke welzijn zijn. Tot slot reageert dit model, in haar beklemtoning van de kerkelijke hiërarchie, op de Reformatie met een structuur van gelijkheid onder de gelovigen.

Ga terug naar Kerk