Katholieken en hun bezinning

Mediteren

De geschiedenis van meditatie

Het woord meditari betekent overdenken, prevelen, half luid lezen van de woorden van God.

In het vroege christendom mediteerden christenen door teksten hardop te lezen. Sommigen trokken zich terug in de woestijn om als kluizenaars te leven. Terwijl zij bezig waren met handenarbeid reciteerden zij voor zichzelf de gebeden, te weten: psalmen, het Onze Vader en het Jezusgebed (Heer, Jezus Christus, ontferm U over ons).

Afbeelding Beeld van Benedictus

In de Middeleeuwen werd in veel kloosters geleefd volgens de Regel van Benedictus (circa 480-550). Daarin speelden meditatie en gebed een belangrijke rol. Meditatie duidde op het lezen van de heilige Schrift en de geschriften van de kerkvaders met het hart. In de late Middeleeuwen kwam er ruimte voor beelden in de meditatie. Daarmee werd beoogd dat er tijdens de meditatie, waarin het leven en lijden van Jezus werd overwogen, gevoelens werden opgewekt. Het gebruik van beelden bij de meditatie is nog te vinden in getijdenboeken uit de Middeleeuwen. Meditatie kreeg een nieuwe impuls door Teresa van Avila en Johannes van het Kruis (16e eeuw). Zij maakten een duidelijk onderscheid tussen meditatie en contemplatie. Bij de meditatie zijn de menselijke vermogens actief; bij de contemplatie ligt het initiatief geheel bij God. De menselijke vermogens komen tot rust in God.

Afbeelding Beeld van Teresa van Avila

Katholieke meditatie in de eerste helft van de 20e eeuw was over het algemeen een verstandelijke activiteit. Monniken uit het christelijke traditie gingen op zoek naar contemplatieve wegen in het verre Oosten. Daardoor ontstond er een dialoog tussen de spirituele wegen van het Oosten (boeddhisme, hindoeĆÆsme) en het Westen (christendom).

Ga terug naar Mediteren