Katholieken en hun vieringen (feesten)

Sacramenten van Levensstaat

Celibaat

Voordat iemand priester wordt, ontvangt hij eerst de wijding tot diaken. Tijdens deze plechtigheid belooft hij zich te houden aan het celibaat, iets dat onlosmakelijk verbonden is met het leven van een priester. De wortels van het celibaat gaan ver terug in onze geschiedenis. Christenen kunnen er al over lezen in de brieven van Paulus die een dergelijke levenshouding aanprijst. Ook in de vroege kerk leefden veel christenen celibatair. Zoals iemand zich bij een huwelijk exclusief aan een ander bindt uit liefde zo doet een priester dat aan God en zijn kerk. Waar Jezus in de Bijbel spreekt over de ontbindbaarheid van het huwelijk, spreekt hij ook over het celibaat. Hij zegt dat er mensen zich onhuwbaar hebben gemaakt ‘omwille van het Rijk der hemelen’ (Mat. 19,12).

Maar de geschiedenis laat ook veel misstanden zien. Zo namen veel geestelijken het in de tiende en elfde eeuw niet zo nauw met de regels van de kerk. Veel benoemingen werden vaak gekocht (simonie), er was veel vriendjespolitiek en prinsen en koningen bepaalden vaak wie er in zijn gebied bisschop werd. Geestelijken hielden er relaties op na, waren soms getrouwd en hadden zelfs kinderen. Het was paus Gregorius (1073-1085) die aan deze misstanden een einde wilde maken. Hij pleitte voor zuiverheid in kerk, zuiverheid van benoemingen en van geestelijk leven. Daarom stelde hij het celibaat verplicht. Het zou nog 500 jaar duren voordat het Concilie van Trente (1545-1563) echt korte metten maakte met het schenden van het celibaat. Er werd nogmaals nadrukkelijk besloten dat priesters zich verplicht aan het celibaat moesten houden.

Ga terug naar Sacramenten van Levensstaat