Katholieken en hun bezinning

Vasten

Carnaval

Het carnaval, ook wel Vastenavond genoemd, werd in de late Middeleeuwen het volksfeest bij uitstek. Het feest duurde drie dagen, van zondag tot Aswoensdag.

Over de oorsprong van Vastenavond (de avond voorafgaande aan Aswoensdag) zijn de meningen verdeeld. De Romeinen en Germanen kenden feesten en uitbundige verkleedpartijen die werden gevierd wanneer de winter ten einde liep en het voorjaar begon. Het is moeilijk te bepalen in hoeverre deze feesten invloed hebben gehad op de Middeleeuwse Vastenavond. Maar dat er oude elementen in de Vastenavondfeesten aanwezig waren daarover bestaat geen twijfel. De katholieke kerk heeft de oude feestelijkheden deels overgenomen en ze een plaats gegeven in de christelijke traditie.

Carnaval begint zeven zaterdagen vóór Pasen. Het is een periode waarin iedereen nog eens een keer ‘los’ mag gaan, want na carnaval begint de vastentijd. Carnaval komt van het Latijnse ‘carne-vale’ wat ‘vlees, vaarwel’ betekent. De carnavalsdagen worden ingevuld met plezier en uitbundigheid. In het zuiden van Nederland zijn ook de winkels dicht en dorpen en steden staan volledig op hun kop. Men is verkleed en uitbundig versierd.
Vooral in de landen van Latijns-Amerika is carnaval hét grote feest van het jaar. Mensen sparen het hele jaar om in deze periode helemaal los te kunnen gaan.
Officieel duurt carnaval van zaterdag tot woensdag. Maar vaak wordt er begonnen met het feest op 11 november. Men stopt op dinsdag, de Vastenavond. De Vastenavond, de avond vóór Aswoensdag, is tevens het hoogtepunt van de carnaval.

Ga terug naar Vasten