Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Eucharisatie

Blijvende aanwezigheid

Volgens het katholieke geloof gebeurt er dus iets heel bijzonders, als het eucharistische gebed wordt uitgesproken en de gaven van brood en wijn worden geconsacreerd: Jezus Christus komt bij zijn kerkgemeenschap. Hoewel Hij niet zichtbaar is, is Hij werkelijk aanwezig in de tekenen van brood en wijn. Deze aanwezigheid gaat niet meer weg uit het Brood en de Wijn, die tot Lichaam en Bloed van Christus zijn geworden. Het is daarom de regel, dat tijdens de eucharistieviering de Wijn helemaal moet worden opgedronken. De hosties die over zijn, worden bewaard. Zolang zij niet zijn opgegeten, is Christus aanwezig. Daarom is het mogelijk om zieke mensen na afloop van de viering de communie te brengen: zo kunnen zij Christus toch ontvangen. De hosties die in een woord- en communieviering worden uitgedeeld, zijn in een eerdere eucharistieviering geconsacreerd: daardoor is Christus zelf aanwezig.

De hosties die overblijven van een eucharistieviering, dienen met eerbied behandeld te worden, juist vanwege de blijvende aanwezigheid. Ze worden bewaard in een tabernakel, een mooi versierde kluis. Bij het tabernakel hangt een lamp, die de Godslamp wordt genoemd: deze brandt dag en nacht. Zo wordt zichtbaar gemaakt dat de Heer aanwezig is, in het teken van heilig Brood, dat in het tabernakel wordt bewaard.

Een andere geloofspraktijk, die gebaseerd is op de blijvende aanwezigheid is de stille aanbidding: in een monstrans (een rijk versierde standaard) wordt een hostie uitgestald. Gelovigen kunnen zich bij deze hostie koesteren in de aanwezigheid van de Heer en Hem erin aanbidden.

Ga terug naar Eucharisatie