Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Hervormingen

Beeldenstorm

In 1566 kwam het in sommige steden en dorpen in de Nederlanden tot een uitbarsting. Er was veel sociaaleconomische onrust. Bovendien waren alle reformatoren zeer gekant tegen beeldenverering. Vele gebieden in de Nederlanden waren inmiddels op de hand van de reformatie en de kerkgebouwen moesten dus geschoond worden om bruikbaar te zijn voor de protestantse eredienst. Deze factoren droegen er toe bij dat er in 1566 – als uitbarsting van volkswoede of godsdiensthaat en soms onder leiding van protestants gezinde autoriteiten – beelden en andere religieuze voorwerpen in en uit rooms-katholieke kerkgebouwen opzettelijk werden vernield of verwijderd.
Dit kon juist in deze tijd, omdat in de Nederlanden de centrale regering in Brussel haar greep op de ontwikkelingen steeds meer verloor. De Beeldenstorm duurde van 10 augustus tot 22 september 1566. Hij eindigde toen koning Philips II ingreep en de tolerante houding van de overheden (landvoogdes Margaretha van Parma voorop) afstrafte. De koning stuurde Alva als de nieuwe landvoogd op de opstandelingen af.

Martelaren

Protestantse martelaren

De aanhangers van de nieuwe leer werden al sinds het begin van de reformatie streng vervolgd door de katholieke autoriteiten. Al in de jaren twintig van de zestiende eeuw waren er op de Grote Markt van Brussel regelmatig ketterverbrandingen, omdat mensen (meestal geestelijken) te luid protesteerden tegen machtsmisbruik van kerkelijke overheden, tegen de aflaathandel, of een andere interpretatie van de eucharistie voorstonden. Pas toen er in de Duitssprekende landen en Zwitserse kantons ook wereldlijke overheden overgingen tot de reformatie, ontstonden er gebieden waar reformatiegezinde personen naar toe konden vluchten. Zo kwam Luther op de Wartburg en daarom vluchtte Calvijn naar Genève.

Katholieke martelaren

In de tweede helft van de zestiende eeuw won de protestantse leer m.n. in de Noordelijke Nederlanden steeds meer terrein. Spanje en zelfs Brussel waren ver weg en de protestanten begonnen zich steeds vrijer te gedragen. Bovendien wonnen de legers van Willem van Oranje, gesteund door de Watergeuzen, steeds meer terrein. Dat betekende dat katholieke kerken werden geconfisqueerd, dat priesters overgingen tot het nieuwe geloof, anderen werden weggejaagd.
Ook hier ging het niet zachtzinnig toe. Met name de geuzen, een groep vrijbuiters en guerrillastrijders, die de kant van Willem van Oranje kozen, lieten zich niet onbetuigd.
Het bekendste voorbeeld daarvan is het verhaal van de Martelaren van Gorkum. In juli 1572 werd Gorinchem ingenomen door de geuzen. Er werden negentien katholieke geestelijken gevangen gezet en gemarteld. Na enkele dagen werden zij opgehangen in een schuur bij Den Briel. Op die plaats staat nu de Bedevaartskerk.

Ga terug naar Hervormingen