Bronnen en verhalen waar katholieken uit putten

Nieuwe testament

Apocriefen

Het Nieuwe Testament telt 27 geschriften: de vier evangeliën, het boek Handelingen, verschillende brieven en de Apocalyps. In de eerste eeuwen na Jezus’ optreden waren er echter veel meer geschriften in omloop. Deze geschriften zijn uiteindelijk niet in de canon opgenomen, dat wil zeggen: ze worden niet door de kerk aangemerkt als maatgevend voor het christelijk geloof. Geschriften die niet in de canon zijn opgenomen, maar qua inhoud wel een sterke gelijkenis vertonen met de nieuwtestamentische boeken worden apocrief (=verborgen) genoemd. Een benaming die dateert uit de zesde eeuw.

Onder deze apocriefe boeken bevinden zich evangeliën, handelingen en openbaringen. Vier evangeliën die slechts een geringe verspreiding hebben gekend zijn de evangeliën van de Hebreeën, de Nazoreeërs, de Ebonieten en de Egyptenaren. Deze evangeliën waren vooral belangrijk binnen de eigen gemeenschap. Ze worden genoemd door schrijvers als Origines, Clemens, Epifanius en Hiëronymus. Andere evangeliën worden toegedicht aan belangrijke personen. Zo valt te denken aan het evangelie van Petrus, Thomas en Filippus. Naast het boek Handelingen uit het Nieuwe Testament zijn er verschillende apocriefe handelingen, onder meer van Paulus, Johannes, Petrus, Thomas en Andreas. Uit de apocalyptiek kennen wij tenslotte de apocriefe Openbaringen van Petrus en Paulus en de Openbaring van Petrus.

Ga terug naar Nieuwe testament