Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Oosterse Kerken

Ambt en gezag

Alle oosterse kerken kennen als geestelijk leiders de trits van bisschoppen, priesters en diakens. Er zijn bisschoppen van allerlei rangen: van gewoon bisschop tot patriarch. Deze laatste is de hoogste bisschop van een zelfstandige lokale oosterse kerk. De patriarch bestuurt samen met een raad van bisschoppen (de heilige Synode) de kerk. De orthodoxe kerken – de zelfstandige oosterse kerken – kennen geen overkoepelend gezag zoals het pausschap in de rooms-katholieke kerk. Zo heeft de patriarch van Constantinopel geen feitelijke zeggenschap over de andere zelfstandige lokale orthodoxe kerken waarmee hij in kerkelijke gemeenschap (‘communio’) leeft. Aan het hoofd van de katholieke oosterse kerken staan ook patriarchen. Maar zij staan wél onder een hoger gezag, namelijk dat van de paus van Rome.
De oosterse priester is meestal getrouwd, ook in veel oosterse katholieke kerken. Als priesters niet getrouwd zijn, zijn ze doorgaans monnik. De taak van de oosterse priester is vergelijkbaar met die van de westerse katholieke priester. Wel neemt voorgaan in de liturgie een grotere plaats in.
De oosterse diaken doet niet aan diaconie (het charitatieve en sociale werk vanuit de kerk). Hij assisteert veeleer de priester in de liturgie.

Orthodoxe diakens bij een plechtige eucharistieviering in de open lucht onder leiding van de patriarch, te Boekarest in Roemenië. (Foto: © L. van Leijsen).

Geen enkele oosterse kerk kent vrouwelijke bisschoppen of priesters. Wel kennen sommige oosterse kerken ‘diakonessen’. Heel soms zijn ze de gelijke van de mannelijke diaken, maar meestal staan ze een treetje ‘lager’. Ze vervullen dienstverlenende taken, variërend van koorlid tot actieve kloosterlinge die charitatief werk doet.

Ga terug naar Oosterse Kerken