Katholieken en hun bezinning

Vasten

Wanneer vasten katholieken?

Katholieken vasten een periode van 40 dagen vóór Pasen. Aswoensdag is de eerste vastendag van de vastenperiode. Op deze dag halen gelovigen hun askruisje in de kerk. Een andere belangrijke dag binnen de vastentijd is Goede Vrijdag. Op deze dag zwijgen de kerkklokken, is het tabernakel* leeg en staat men stil bij Jezus’ lijden en sterven.
Voordat katholieken beginnen met vasten, viert een aantal van hen eerst carnaval.

*Een tabernakel is een rijk versierde, brandwerende kluis op het hoogaltaar of zijaltaar, waarin het Heilig Sacrament (de Hosties) bewaard wordt.

Waarom vasten katholieken?

Katholieken vasten 40 dagen, omdat deze periode dezelfde is die Jezus doorbracht in de woestijn. Door te vasten hebben zij meer tijd om de Heer te ontmoeten, bijbel te lezen, zich te bezinnen (bidden) en zich zo voor te bereiden op Pasen.
Het vasten gaat terug op oudtestamentische tijden (vgl. Leviticus en Numeri) maar ook op het Nieuwe Testament (vgl. Handelingen). Al in de eerste eeuw aten christenen geen vlees (van warmbloedige dieren) op vrijdag om zo de kruisdood van Jezus in ere te houden.

Hoe vasten katholieken?

Tijdens het vasten eten zij minder en ook eten ze bepaalde spijzen niet. Tevens kunnen ze zich onthouden van luxe dingen om zo ook meer compassie te krijgen met arme mensen. Het geld dat ze overhouden, doordat ze minder luxueus leven, schenken velen aan de vastenactie die de kerk organiseert.

Vasten en onthouden

Tijdens de vastentijd eten of drinken sommigen minder, anderen drinken geen alcohol of onthouden zich van moderne technieken, zoals sociale media. Ook onthouding van geslachtsverkeer kan een vorm van vasten zijn. Je vast door ‘jezelf dingen te onthouden’ of door minder van iets te nemen.
Vasten is nooit een doel op zich. Vasten doe je om een hoger doel te bereiken; om intenser dan anders op zoek te gaan naar jezelf en God. Tijdens deze periode maak je meer tijd om jezelf en Hem te ontmoeten, om de bijbel te lezen, stil te zijn en te bidden. Door iets te laten staan kun je diepgang geven aan je leven en gebed. Je onthoudt je van iets waardoor je leeg wordt en van iets nieuws vervuld kunt geraken.
Vasten kan je ook doen ervaren wat honger hebben inhoudt. Vasten is op deze manier een gestalte van (bereidheid tot) solidariteit, het kan je leren te onderscheiden wat er werkelijk toedoet en je dus zorgvuldiger te doen omgaan met wat voorhanden is.

Tijdens zijn leven verplichtte Jezus zijn leerlingen niet tot vasten. Leerlingen van Johannes de Doper en de farizeeën verweten Jezus waarom Hij zijn leerlingen niet liet vasten. Jezus antwoordde daarop: ‘Kunnen dan de vrienden van de bruidegom vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben, kunnen ze niet vasten. Er zullen echter dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen en dan, in die tijd, zullen ze vasten’ (Mar. 2,19-20).
Volgens Matteüs bereidde Hij zijn leerlingen voor op de tijd waarin zij zouden vasten (Mat. 9,15).

Veertigdagentijd

Feesten zijn belangrijk binnen het katholicisme. Maar naast momenten van een feest vieren zijn er ook momenten van vasten. Deze zijn minder duidelijk aanwezig dan de momenten van een feest vieren. Dat heeft meerdere oorzaken. Een daarvan is dat Jezus zei dat Hij vond dat je geen aandacht moest vestigen op je vastenpraktijk. In Mat. 6,16-18 is te lezen dat het niet de bedoeling is het aan iedereen te laten zien dat je vast. Als je vast moet je dit in het verborgene doen en alleen voor God.

Een andere oorzaak is dat er vroeger vanuit de katholieke kerk veel duidelijkere en uniforme regels voor het vasten werden opgelegd. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw hebben katholieke veel meer vrijheid om op hun eigen manier te vasten.

De wijze van vasten is in de loop van de tijd wel veranderd. Oudere mensen die vroeger (ook) hebben gevast, vertellen vaak verhalen over hun vastentrommeltjes. In die trommeltjes werden snoep en andere lekkernijen bewaard die de kinderen gekregen hadden in de loop van de week. Het trommeltje mocht in de vastentijd op zondag open. In strenge gezinnen mocht het trommeltje pas na het vasten opgemaakt worden. Daarnaast was het zo dat volwassenen bij elke maaltijd minder moesten eten en zelfs één maaltijd per dag moesten overslaan.

Voor moslims is de wijze van vasten voorgeschreven, bij katholieken wordt het aan de persoon zelf overgelaten. Dat betekent dat zaken zoals geen vlees eten, minder of niet snoepen, geen alcohol gebruiken, het geven van aalmoezen* wel worden aangeraden, maar niet verplicht worden gesteld.
Tijdens de veertigdagentijd zijn er alleen verplichtingen op Aswoensdag, de eerste dag van de vastentijd, en op Goede Vrijdag, de dag dat Jezus aan het kruis stierf. Op die twee dagen mag men geen vlees eten (onthouding) en slechts één volle maaltijd per dag (vasten) gebruiken. Dit onthouden, geen vlees eten, geldt ook voor alle vrijdagen in de vastentijd. Ook al is het niet langer verplicht om buiten de vastentijd op vrijdag zich te onthouden, de kerk probeert haar gelovigen wel te stimuleren om op vrijdagen zich te versterven (onthouden en/ of vasten), liefdadigheidswerk te doen, extra te bidden, etc.

*Een aalmoes is een gift die je geeft  aan armen. Dit kunnen goederen zijn of geld.

Advent

Advent is afkomstig van adventus dat komst betekent en van advenire dat ‘naar toe komen’ betekent. Letterlijk betekent advent: God komt naar ons toe. De advent is de periode die vooraf gaat aan het kerstfeest. Op de eerste zondag van de advent, de datum ligt altijd tussen 26 november en 4 december, begint ook het nieuwe kerkelijke jaar. De zondagen van deze periode worden de 1e, 2e, 3e en 4e zondag van de advent genoemd. Aan het begin van de adventperiode wordt er in de kerk een adventskrans opgehangen. Op de krans staan vier kaarsen die de 4 zondagen verbeelden. Ook in deze periode leggen gelovigen zich toe op bezinning, gebed, Bijbel lezen, om zo uit te zien naar de komst van Jezus en is dus te vergelijken met de vasten. De lezingen in de kerk gaan over de aankondiging door de engel Gabriel van de geboorte van Jezus aan Maria en de voorbereidingen van Jozef en Maria op de komst van het Kind.

Het leven van een christen draait vooral om de levensloop van Jezus Christus. Het wisselt af met perioden van inkeer en feest.

Ga terug naar Vasten