Waarin katholieken geloven

Verlossing

Verlossing

Jezus was een Joodse rabbi (leraar) die als prediker en wonderdoener optrad. Hij had een groep leerlingen om zich heen verzameld die Hem als Messias en Zoon van God zijn gaan zien. Enkelen van hen hebben opgeschreven wat zij Hem hebben zien doen en zeggen. Deze ‘boeken’ maken deel uit van de Bijbel.

Rond het jaar 33 werd Jezus opgepakt door de Joodse overheid. De wereldse overheid bestond destijds uit Romeinen: het Romeinse Rijk. De Romeinse gezaghebber Pontius Pilatus gaf opdracht Jezus te kruisigen. In die tijd een straf voor de laagste misdadigers.

Tijdens het laatste paasmaal dat Jezus vierde met de twaalf bijzondere leerlingen heeft Hij het volgende gezegd volgens zijn leerling Matteüs: ‘Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: “Neemt, eet; dit is mijn Lichaam”. Daarna nam Hij de beker, en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden”’ (Mat. 26: 26-28).

Jezus bedoelde hiermee onder andere dat zijn lichaam gebroken zou worden aan het kruis, zoals Hij het brood brak. De wijn is zijn bloed, dat vergoten zou worden bij zijn kruisdood. De betekenis die Jezus eraan geeft is dat het geven van zijn leven ‘zonden vergeeft’. Deze vergeving van zonden noemen christenen de ‘verlossing’.

De kern van wat katholieken geloven is de persoon Jezus als de Christus: zijn leven, sterven en verrijzen.

Jezus was een Joodse man die opviel door wat Hij zei en deed. Volgens de christelijke overlevering leefde Hij van rond het jaar nul, tot rond het jaar 33. Toen Hij dertig jaar oud was begon Hij rond te trekken als leraar en genezer door het land dat we nu Israël noemen. Hij had een groep leerlingen om zich heen verzameld van wie er twaalf de apostelen genaamd - bijzonder dicht bij Hem stonden. Enkelen van hen hebben opgeschreven wat zij Hem hebben zien doen en zeggen, en wat zij daarvan dachten. Zij zagen in Hem de Messias, de Zoon van God. Deze ‘verhalen’ zijn overgeleverd in de Bijbel. Deze boeken noemen christenen (onder wie katholieken) de Evangeliën. Dat betekent: de goede boodschap van onze Heer Jezus Christus.

De executie van Jezus Christus

Rond het jaar 33 werd Jezus opgepakt door de joodse overheid. Ze vonden dat Jezus met zijn leer en met zijn groeiende populariteit, hun eigen gezag ondermijnde. Vooral Jezus’ aanspraak ‘Zoon van God’ te zijn vonden ze aanstootgevend. Ze vroegen de wereldse overheid daarom om zijn dood. De wereldse overheid bestond destijds uit Romeinen: het gebeurde in de tijd van het Romeinse Rijk. De Romeinse gezaghebber Pontius Pilatus gaf uiteindelijk opdracht Jezus te kruisigen. In die tijd een straf voor de laagste misdadigers. Pilatus wilde onrust en een volksopstand voorkomen en gaf de joodse overheid en de mensen die zij hadden opgetrommeld daarom hun zin.

Betekenis van Jezus’ kruisdood voor nu

Het bijzondere van Jezus’ kruisdood ligt in de betekenis die Jezus zelf er vooraf aan gaf. De joden vieren met Pasen (Pesach) hun verlossing uit de slavernij onder de Egyptenaren. Dit gebeurde zo’n 1300 jaar voor de geboorte van Jezus (lees hier: hoe deze geschiedenis in de Bijbel is overgeleverd). Tijdens het laatste paasmaal dat Jezus vierde met de twaalf bijzondere leerlingen heeft Hij het volgende gezegd volgens zijn leerling Matteüs: ‘Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: “Neemt, eet; dit is mijn Lichaam”. Daarna nam Hij de beker, en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden”’ (Mat. 26: 26-28).

Jezus bedoelde hiermee dat zijn lichaam gebroken zou worden, zoals Hij het brood brak. Toen Hij gekruisigd werd, gebeurde dat. De wijn is zijn bloed, dat vergoten zou worden bij zijn kruisdood. De betekenis die Jezus eraan geeft is dat het geven van zijn leven ‘zonden vergeeft’ en zo de weg naar de hemel opnieuw opent. Deze vergeving van zonden noemen christenen de ‘verlossing’.

Begin van de kerk

Lees hier: hoe de eerste christenen, voor het einde van de eerste eeuw, de verlossing zagen. Opvallend is het joodse karakter van de jonge Kerk: De kruisdood van Jezus wordt helemaal bekeken vanuit de joodse Bijbel en godsdienst. En eigenlijk is dat nooit veranderd, want deze brief is opgenomen in de Bijbel.


Het is een gedeelte uit een schrijven aan joodse christenen waarvan altijd is geloofd dat deze door de apostel Paulus is geschreven. De laatste jaren zijn sommige bijbelonderzoekers gaan twijfelen of Paulus wel de schrijver is. De datering wordt echter niet betwijfeld: de brief is van vóór het jaar 70.

Een muziekvideo over de kruisiging en de betekenis ervan voor christenen

Ga terug naar Verlossing