Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Monniken

Van monachos naar monnikendom

De eerste monniken leefden als kluizenaars in de Egyptische en Syrische woestijn. Zij leefden een contemplatief leven: dat wil zeggen in zichzelf gekeerd en gericht op meditatie en gebed. Zij leefden zoals Jezus: in eenvoud, dienstbaarheid en lijden. Deze monniken noemen we ‘heremieten’. Er zijn overigens niet alleen mannelijke maar ook vrouwelijke monniken. Zij worden monialen genoemd.

Het leven van monniken is gebaseerd op drie geloften: de geloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid.

De regel van Benedictus

Voor de monnikengemeenschap die Benedictus van Nursia (480-547) gevormd heeft, heeft hij een ‘Regel’ geschreven: een huisreglement. Iedere monnik dient te leven volgens deze regel. Naast de ‘Regel’ geeft de benedictijnse spiritualiteit structuur en richting aan het leven.
De benedictijnse spiritualiteit bestaat uit: aardsheid, mildheid, matigheid, broederlijkheid, eenvoud, nederigheid en bescheidenheid. Daarnaast zeggen sommige mensen dat er nog een vierde gelofte is: ‘stabilitas loci’. Met deze gelofte beloven monniken verbonden te blijven met de kloostergemeenschap, zij blijven ‘stabiel van plaats’.
In het benedictijnse kloosterleven is er een goede balans tussen werken en bidden. Zeven keer per dag komen de monniken samen in het koor van de kerk of kapel, om te zingen en te bidden. Dit wordt het ‘officie’ genoemd: het koorgebed.

Willibrord en Bonifatius

Nadat reeds in de 4e eeuw St. Servatius rondtrok door Zuid-Nederland en België, werden rond 700 veel mensen in Nederland bekeerd door de Engelse monniken Willibrord en Bonifatius. Nederland werd christelijk. Dit historische proces waarin mensen zich massaal bekeren tot het christendom noemen we kerstening.

Van monachos naar monnikendom

Ongeveer 1700 jaar geleden is het kloosterleven ontstaan binnen het christendom. Het kloosterleven begon eenvoudig, maar breidde zich al snel uit en nam verschillende vormen aan: er ontstonden verschillende kloostergemeenschappen.

Het leven van monniken is gebaseerd op drie geloften: de geloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. Dit betekent dat zij ongehuwd zijn, in armoede leven en gehoorzaam zijn aan de overste van de kloostergemeenschap, de abt. Iedere monnik doet deze plechtige belofte ten overstaan van de kloostergemeenschap.

De ontwikkeling van het kloosterleven

De eerste monniken leefden in de Egyptische en Syrische woestijn. Zij leefden zoals Jezus: in zijn eenvoud, dienstbaarheid en lijden. Ze gaven het gewone volk raad over het geloofsleven en werden als heilige mannen gezien: woestijnvaders. Deze monniken noemen we ‘heremieten’. Later gingen monniken in gemeenschappen leven en werden zij ‘cenobieten’ genoemd. Met elkaar vormden zij een monnikengemeenschap oftewel klooster (monnikendom).

Pachomius vormde rond 325 de eerste monnikengemeenschap en schreef een ‘Regel’: een soort reglement waaraan alle monniken van de monnikengemeenschap zich dienden te houden. In de regel stond een strakke organisatie voor het gebed, de Bijbelstudie en het handwerk beschreven.
Ruim een eeuw later schreef de theoloog Augustinus ook een ‘Regel’. Nu nog leven augustijnen volgens deze kloosterregel.
In het Oosten leven monniken volgens nog een andere de regel, die van van Basilius de Grote. Hoewel monniken door de eeuwen heen in beperkte mate activiteiten als ziekenzorg en onderwijs op zich namen bleef contemplatie het hoofddoel. Pas vanaf de latere middeleeuwen ontstonden daarnaast actieve orden en congregaties maar deze kloosterlingen worden geen monniken genoemd.

De ontwikkeling van het benedictijnse kloosterleven

Toen het Romeinse Rijk ten onderging, was er behoefte aan rust en stabiliteit. Benedictus (ca. 480 – 547) stichtte op de rots ‘Monte Cassino’ een klooster, waar monniken in alle rust konden nadenken en bidden. Vanaf die tijd verspreidde het benedictijnse kloosterleven zich over West-Europa. Voor de monnikengemeenschap die Benedictus gevormd heeft, heeft hij een ‘Regel’ geschreven: een huisreglement. Iedere monnik dient te leven volgens deze regel
Vanuit het benedictijnse kloosterleven ontstonden er verschillende kleinere kloostergemeenschappen. Zo vormde Bernardus van Clairvaux in de 12e eeuw de cisterciënzerorde. Dit was een hervormingsbeweging, die een strengere uitleg aan de regel van Benedictus gaf. Deze monniken hielden zich bezig met landontginning en dijkaanleg. De cisterciënzers heetten ‘schiere monniken’ omdat ze habijten van ongeverfde wol droegen. Dat gaf een ‘schiere’ (grauwe) indruk, hier komt ook de naam Schiermonnikoog vandaan. Ze leid(d)en een vegetarisch leven.
‘Trappisten’, genoemd naar La Trappe, is een hervormingsbeweging die in de 17e eeuw weer vanuit de cisterciënzerorde ontstond. Bij deze trappisten ligt de nadruk nog meer op contemplatie of meditatief gebed.

De benedictijnse spiritualiteit

De benedictijnse spiritualiteit bestaat uit: aardsheid, mildheid, matigheid, broederlijkheid, eenvoud, nederigheid en bescheidenheid. Ze is ‘aards’. Benedictijnen wijden al hun aandacht aan één taak. Dit lukt alleen als je niet aan gisteren of aan straks denkt, richt je op het moment.
Deze spiritualiteit is ‘mild’ en ‘matig’. Ieder mens blijft zich zijn hele leven lang ontwikkelen. Volgens Benedictus moeten we accepteren dat we fouten maken, want van fouten kun je leren. Hij vindt dan ook dat we mild om moeten gaan met straffen. Laat iemand doen wat hij aankan.
In het benedictijnse kloosterleven is er een goede balans tussen werken en bidden. Zeven keer per dag komen de monniken samen in het koor van de kerk of kapel, om te zingen en te bidden. Dit wordt het ‘officie’ genoemd: het koorgebed. De monniken die in de benedictijnse kloosters leefden, werkten vooral op het land. Tegenwoordig verrichten monniken met een benedictijnse spiritualiteit ook andere eenvoudige werkzaamheden.

De benedictijnse spiritualiteit kan ook gebruikt worden in het dagelijkse leven van niet-kloosterlingen. Zo laten managers zich bijscholen in benedictijnse kloosters, om de spiritualiteit van hun leiding geven te verbeteren en kan de benedictijnse spiritualiteit bovendien vertaald worden naar het functioneren van leraren in het onderwijs.

Willibrord en Bonifatius: de kerstening

In 719 kreeg de Engelse bisschop Bonifatius een brief van paus Gregorius II. In deze brief stond: ‘U zult de heidense volken onderwijzen in de regels van Zijn Koninkrijk. U zult dit doen met liefde, kalm en op een manier die zij begrijpen.’ In deze tijd was het christendom in opmars in Europa. Overal werden mensen bekeerd, en dit gebeurde overigens niet altijd met zachte hand.
Met de pauselijke zegen op zak reisde Bonifatius naar Utrecht. De bisschop Willibrord was al eerder naar het huidige Nederland gekomen. Dit was in 690. Bonifatius zocht Willibrord hier op. Deze had een eigen manier om mensen te bekeren. Zodra de heidenen zagen dat hun goden niet ingrepen als een heiligdom werd vernield, waren zij overtuigd van de kracht van de nieuwe God. Bonifatius paste dezelfde ‘techniek’ toe. Eens hakte hij een heilige eik om. De heidenen vervloekten hem, maar de eik stortte krakend neer. Van het hout heeft Bonifatius een kerk gebouwd. De mensen prezen de Heer.

Willibrord en Bonifatius werkten in wezen samen. Willibrord bekeerde de mensen tot het christendom. Bonifatius verdiepte hun geloof door zijn prediking. Alleen de Friezen werden niet bekeerd, zij hielden hun eigen religie aan. Dit leidde tot de beroemde moord op Bonifatius, in 754, bij Dokkum. Bonifatius probeerde zich hierbij nog te verdedigen met zijn dikke bijbel. Maar de Friezen staken hun zwaarden hier dwars doorheen.

De gehele kersteningperiode duurde in ons land ongeveer 600 jaar. Het begon bij de komst van de Frankische missionarissen rond 600, en het duurde tot het begin van de dertiende eeuw. De achtste eeuw, dit is de periode van Willibrord en Bonifatius, was daarin wel erg belangrijk. Bonifatius, Willibrord en hun opvolgers hebben Nederland onmiskenbaar veranderd. De bekering ging niet vanzelf. Dit blijkt ook uit de moord op Bonifatius. Maar op den duur werd Nederland een volledig christelijk land. Niet alle Germaanse gewoonten verdwenen, tot op de dag van vandaag. Christelijke gelovigen leggen bijvoorbeeld met Kerstmis cadeautjes onder de boom en branden ook kaarsjes. Het Germaanse lichtfeest schijnt door de christelijke kerstviering.

Ga terug naar Monniken