Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Hervormingen

Reformatie

In 1517 spijkerde de augustijner monnik Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg. Het waren stellingen tegen de handel in aflaten en andere misstanden in de katholieke kerk van de middeleeuwen. Luthers daad luidde een periode van grote kerkelijke veranderingen in die past in een tijd die bruist van de ontwikkelingen en ontdekkingen.
In 1492 voer Columbus naar Amerika. Constantinopel was in 1453 veroverd door de Ottomanen waardoor geleerden naar het westen vluchtten. Dit leidde daar tot studie van de klassieke oudheid (renaissance) met nadruk op eigen ontwikkeling en bronnenonderzoek (humanisme). Deze ontwikkelingen markeren het begin van de moderne tijd waarbinnen de reformatie past. De inzichten van Luther zorgden ervoor dat de Bijbel door gelovigen zelf als bron werd gelezen met eigen verantwoordelijkheid als uitgangspunt.

Contrareformatie

Binnen de katholieke kerk waren er al in de veertiende eeuw bewegingen die de kerk wilden vernieuwen. Na de vlucht die de reformatie onder leiding van Luther nam, werd die noodzaak groter. De Nederlandse paus Adrianus VI (1522-1523) was een van de eersten die dat besefte. Later was het paus Paulus III (1534-1549) die het Concilie van Trente bijeen riep. Op dat concilie (1545-1563) werden grote veranderingen in de rooms-katholieke kerk doorgevoerd. De kerk zocht het antwoord op de reformatie in herstel van haar gezag, in de bestrijding van heersende misstanden en in de vernieuwing van haar organisatie. De scholing van priesters werd drastisch verbeterd en er kwam meer uniformiteit in de liturgie.

De reformatie kwam niet uit de lucht vallen.

Al vanaf de twaalfde eeuw was het onrustig in de ene Heilige Roomse Kerk in Europa. Dat had verschillende redenen. Het grootste probleem was wel dat bisschoppen niet alleen geestelijke leiders waren in de kerk van de middeleeuwen, maar ook wereldlijke heersers. Bij een bisschopsstoel hoorde ook een bisdom, waar je feitelijk de vorst over was. Vaak namen priesters het met het celibaat niet zo nauw, en om hun macht te vergroten gedroegen priesters, bisschoppen of kloosteroversten zich niet altijd even christelijk. Ondertussen groeiden de steden, werden er scholen op gericht, konden steeds meer leken lezen en werden welgestelde burgers mondiger.
Het grote voorbeeld van deze ‘humanisten’ is Desiderius Erasmus (1467-1535), de zoon van een priester. Hij bestudeerde de Bijbel in de grondteksten (Hebreeuws en Grieks) en publiceerde een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament. Zo wilde hij de kerk terugbrengen bij de Bijbelse boodschap van vroomheid en soberheid.

Handel in aflaten

Uiteindelijk was het breekpunt dat tot de reformatie zou leiden de aflaathandel. Elke gelovige maakt fouten: zondigt.
In de (rooms-)katholieke kerk kan een priester iemands zonden in de biecht vergeven, als hij er oprecht berouw over heeft. Hij doet dat in naam van God. Wat dan blijft is de tijdelijke straf (vagevuur) voor de zonden die je vergeven zijn. Die tijdelijke straf kan je worden kwijtgescholden met een volle aflaat. Om die te verkrijgen moet je de door je biechtvader voorgeschreven gebeden en werken van barmhartigheid uitvoeren. Een aflaat kun je nooit kopen. Toch is dit in het verleden gebeurd. Inhalige priesters en bisschoppen hebben letterlijk aflaten verkocht. Er werden op deze manier zelfs fondsen geworven voor de herbouw van de Sint Pieter.

In de middeleeuwen ontstond zo een hele economie.In de zestiende eeuw was dit verworden tot een aflaathandel. In plaats van zelf boete te doen, kocht je de boete af door een aflaat te kopen.

Reformatoren

Luther

Waar je in de katholieke kerk vergeving kan krijgen in de biecht door de priester, kwam Luther (1483-1546) tot een ander inzicht. Hij bestudeerde de brieven van Paulus en meende te ontdekken dat je als gelovige rechtstreeks aan God vergeving kunt vragen, zonder bemiddeling van een priester. Deze ontdekking èn zijn groeiende kritiek op de misstanden in de kerk brachten hem er uiteindelijk toe om 95 stellingen tegen de aflaathandel op te stellen en die naar buiten te brengen. Hij koos daarvoor een goed moment: op 1 november 1517 – Allerheiligen – zou de kerk van de slotkapel in Wittenberg vol met mensen zitten. Daarom spijkerde hij zijn stellingen ’s avonds op 31 oktober op de deur van die kerk. In deze stellingen staat in kort bestek zijn theologie. Deze stellingen maakten indruk op veel gelovigen. Als een lopend vuurtje gingen ze door Europa. Daarbij geholpen door de boekdrukkunst die net was uitgevonden en de toenemende autonomie die de steden in de late middeleeuwen hadden gekregen. De paus beval Luther zijn stellingen in te trekken. Maar dat kon Luther niet. Luther werd door de paus in 1521 in de ban gedaan, maar hij werd beschermd door de wereldlijke heerser in het gebied waar hij woonde: keurvorst Frederik III van Saksen.

Calvijn en Zwingli

Calvijn

De Zwitserse theoloog Huldrych Zwingli (1484-1531) ging verder dan Luther. Vooral als het ging over de eucharistie was hij veel radicaler. Voor hem was het avondmaal symbolisch. Onder invloed van Zwingli ontstonden er radicale protestantse stromingen.
De Franse jurist Jean Cauvin, Johannes Calvijn, (1509-1564) heeft een groot stempel op de protestantse stromingen in Nederland gedrukt. Hij was een groot denker en organisator. Zijn grootste werk de Institutie geeft een blauwdruk van het calvinistische geloof en de organisatie van de ‘gereformeerde’ kerken, met predikant, ouderlingen en diakenen.

Contrareformatie

Jezuïeten

Paus Paulus III (1534-1549) was de grote organisator van de contrareformatie: de rooms-katholieke reactie op de schok die de reformatie teweeg bracht. Paulus III reorganiseerde de inquisitie en stond een nieuwe orde toe: de Societas Jesu, beter bekend als de Jezuïetenorde. De jezuïeten waren in 1534 ontstaan als een groep studievrienden van Ignatius de Loyola (1491-1556). In 1540 werd de orde pauselijk erkend. Anders dan bij andere orden zijn de jezuïeten sterk verbonden met de paus.
Onder invloed van hen heeft het onderwijs in de zestiende en zeventiende eeuw een grote vlucht genomen. Als reactie op de reformatie bleek deze orde zeer succesvol. Onder hun invloed verdiepte de rooms-katholieke kerk zich inhoudelijk en hervond haar geestelijke bronnen: de Bijbel en de kerkvaders.

Concilie van Trente

Andere, meer formelere veranderingen in de rooms-katholieke kerk werden ingang gezet op het Concilie van Trente. Dit concilie (een algemene kerkvergadering) werd van 1545 tot 1563 gehouden in Trente (Italië). Op 26 januari 1564 verleende paus Pius IV in de bul Benedictus Deus rechtskracht aan de genomen besluiten.

Ignatius

Ignatius

Tegenover de protestanten werd behalve de Bijbel ook de Traditie als gezaghebbend erkend. De Vulgata, de oude Latijnse vertaling van de Bijbel door Hieronymus, werd de Bijbelvertaling voor de rooms-katholieke kerk. Wat de leer betreft besteedde men veel aandacht aan onderwerpen die in de discussie met de protestanten een belangrijke rol speelden.
Zo sprak men in 1546 maandenlang over hoe je als zondig mens toch in de hemel kunt komen en werden er besluiten genomen over het aantal sacramenten en de heilige Mis. Waar de protestanten alleen het heilig avondmaal (de eucharistie) en de doop als sacramenten erkenden, hield de rooms-katholieke kerk het bij zeven sacramenten (naast doopsel en eucharistie, ook het vormsel, het huwelijk, het priesterschap, de biecht (verzoening) en de ziekenzalving).

Succes had de contrareformatie vooral in Zuid-Europa. In de Noordelijke Nederlanden en Duitsland werd er nauwelijks resultaat bereikt met het terugwinnen van gelovigen op de reformatie, wegens de Dertigjarige Oorlog in Duitsland en de Tachtigjarige in Nederland. Beide oorlogen eindigden in de vrede van Munster (1648), waar de status quo ook in religieus opzicht werd bevestigd.

Ga terug naar Hervormingen