Katholieken en hun geschiedenis / traditie

Moderniteit

Moderniteit

Het einde van de middeleeuwen wordt gekenmerkt door snelle veranderingen in de economische, religieuze en politieke verhoudingen. De rooms-katholieke kerk stond voor de vraag hoe zij zich zou gaan verhouden tot de nieuwe ontwikkelingen?

Katholieke Verlichting

De Franse filosoof René Descartes (1596-1650) vond dat het middeleeuwse denken de kerk niet meer verder kon helpen. Hij ontwikkelde een nieuwe filosofische methode die geïnspireerd was door de natuurwetenschappen. Geïnspireerd door Descartes verschenen er daarna vele boeken waarin Bijbelse opvattingen gecombineerd werden met de moderne natuurwetenschappen.
Descartes is vooral bekend van de uitspraak ‘cogito ergo sum’(=ik denk, dus ik ben).Deze woorden staan symbool voor een grote omslag in ons mens- en wereldbeeld. In plaats van de wereld en de natuur als gegeven te beschouwen, kwam het eigen denken steeds meer centraal te staan. De mens vormde zo steeds meer het middelpunt van zijn eigen wereld.

Kritisch onderzoek van het eigen geloof

De toepassing van de natuurwetenschappelijke methode bleek een tweesnijdend zwaard te zijn. De methode kon ook op de Bijbel en kerkelijke opvattingen worden toegepast. Kritisch protestants Bijbelonderzoek bracht allerlei tegenstrijdigheden in de teksten aan het licht (bijvoorbeeld de verschillen in de twee scheppingsverhalen van het boek Genesis). Aan katholieke zijde duurde het langer voordat er kritisch onderzoek kwam. Paus Leo XIII zou eind 19e eeuw het verbod van het concilie van Trente op kritisch tekstonderzoek opheffen.

Modernisme

Op grond van de wetenschappelijke veranderingen waren er aan het eind van de 19e eeuw verschillende katholieke filosofen en psychologen die meenden dat geloof eigenlijk een projectie is van menselijke gevoelens waaraan geen werkelijkheid, geen mysterie, lijkt te beantwoorden. Met andere woorden: ze maakten een scheiding tussen geloof en rede. Door hun tegenstanders werden ze modernist genoemd, en verschillende pausen reageerden met felle veroordelingen op de scheiding tussen geloof en rede.

Context: angst voor de revolutie

Een deel van de katholieke worsteling met de moderniteit in de 19e eeuw laat zich verklaren door de politieke gebeurtenissen. De herinnering aan de Franse revolutie was nog sterk. Tijdens de revolutie waren duizenden priesters, religieuzen en onschuldige burgers vermoord (1794: De Vendée) omdat zij niet wilden gehoorzamen aan de ‘moderne’, antireligieuze, uitgangspunten van de revolutie. Maar ook elders in Europa brokkelde de maatschappelijke en politieke betekenis van de kerk af.

Een dam tegen de moderniteit?

Nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen zorgen voor twijfel over de waarheid van kerkelijke opvattingen (denk bijvoorbeeld aan Darwin’s ‘Origins of Species’ uit 1859). Hoe moest de kerk daar nu op reageren? Paus Pius IX dacht het te kunnen doen door alle moderne ontwikkelingen (politieke opvattingen, wetenschap) af te wijzen. In 1864 schreef hij een encycliek, Quanta Cura. Bij deze encycliek zat een aanhangsel, de zogenaamde Syllabus Errorum, waarin meer dan 80 ‘dwalingen’ werden veroordeeld waaronder het rationalisme (vanwege de wetenschappelijke methode), het socialisme en het liberalisme. De vraag bleef echter wat de kerk hier tegenover stelde? Daarop gaf deze paus nog geen bevredigend antwoord.

Aanzet tot dialoog?

In 1878 komt er een nieuwe paus, Leo XIII. In zijn eerste encycliek, Quod Apostolici muneris, spreekt hij over de noodzaak van een eigen christelijke filosofie. In zijn tweede encycliek, Aeterni Patris (1878), stelt de paus dat het denken en de methoden van Thomas van Aquino wat hem betreft de beste uitgangspunten bieden voor deze eigen christelijke filosofie. Met behulp van een eigen filosofie hoopt de paus de dialoog met de wereld en de moderne wetenschappen op gang te brengen.
Binnen een paar jaar is het denken van Thomas van Aquino het uitgangspunt op alle katholieke scholen en universiteiten. In 1893 volgt nog een encycliek over de wetenschappelijke methoden voor katholieke Bijbelwetenschappers (Providentissimus Deus).

(Neo-)Thomisme

De snelle verspreiding van het denken en methode van Sint Thomas werd aangeduid als ‘Thomisme’. Het is nog steeds een discussie of dit Thomisme zich echt op Thomas baseert, of dat het eigenlijk gaat om een 19e eeuwse interpretatie van Thomas (Neo-thomisme). In die discussie staat de vraag centraal hoe het denken van een 13e eeuwse theoloog een antwoord kan bieden op 19e eeuwse vragen en problemen die in de 13e eeuw nog helemaal niet bestonden.

Onrust

Om die vraag te kunnen beantwoorden probeerden sommige wetenschappers om ‘in de geest van Thomas’ verder te redeneren, bouwend op de moderne wetenschappen. Aanvoerders in deze discussie waren in Frankrijk A. Loisy (1857-1940), in Engeland G. Tyrell (1861-1909) en in Duitsland J. Döllinger (1799-1890). De kern van wat zij stelden was, dat bovennatuurlijke openbaring in strikte zin eigenlijk niet nodig en mogelijk was. Al snel ontstonden er felle discussies. Maar kon dit wel? En hoe ver kon je gaan? Wat was nu echt katholiek?

Reactie

Paus Pius X (1903-1914) voelde zich genoodzaakt om deze onrust te bezweren. In 1907 schreef deze paus een encycliek, Pascendi Domini Gregis, waarin hij zich afzette tegen mensen die probeerden om de kerkelijke boodschap aan te passen aan moderne wetenschappelijke opvattingen. De paus veroordeelde de aanpassingspogingen en gaf aan hen de verzamelnaam ‘modernisme’. Tussen 1904 en 1914 werd er sterk op gelet wie wel of niet ‘modernist’ was. Modernisten werden uitgesloten van verantwoordelijke functies in de kerk of zelfs uit de kerk gezet. De latere paus Johannes XXIII werd zelfs nog enige tijd van ‘modernisme’ verdacht.

Nieuwe vragen

De orthodoxe aanpak van paus Pius X werd niet overgenomen door zijn opvolger, paus Benedictus XV. Bovendien werd na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog duidelijk dat de orthodoxe koers alleen geen antwoorden leek te bieden op de vragen naar de zin van het massale lijden tijdens deze oorlog. Hoe nu verder?

Nouvelle Théologie

In Frankrijk komt een beweging op gang die pleit voor een grondige bezinning op de bronnen van het geloof. Men bestudeert de kerkvaders en de kerkgeschiedenis en komt soms tot de conclusie dat er, binnen de grenzen van de traditionele geloofswaarheden, meerdere katholieke wijzen van spreken tegelijk kunnen bestaan, omdat de onderliggende geloofswerkelijkheid niet slechts op één manier beschreven kan worden. Thomisme is niet hét antwoord, maar één van de mogelijke antwoorden. Na de Tweede Wereld Oorlog wordt deze beweging krachtiger onder leiding van theologen als Yves Congar (1904-1995), Henri de Lubac (1896-1991) en Edward Schillebeecx (1914-2009). Ook de jonge Duitse student Joseph Ratzinger (later paus Benedictus XVI) is er van overtuigd dat het Thomisme niet alle antwoorden kan geven. Hij zoekt naar antwoorden bij de kerkvader Augustinus en de geschriften van kardinaal John Henry Newman (1801-1890). Paus Pius XII was echter bang dat er een nieuwe verdeeldheid zou ontstaan en veroordeelde de Nouvelle Théologie in de encycliek Humani Generis (1950).

Het Tweede Vaticaans Concilie

Paus Johannes XXIII (1958-1962) had als jonge theoloog kerkgeschiedenis bestudeerd. In die tijd, rond 1910, werd hij zelfs een tijd lang verdacht een ‘modernist’ te zijn.
Op grond van zijn gedegen kennis van de geschiedenis en zijn negatieve ervaringen met de worsteling tussen kerk en het ‘modernisme’ zocht hij naar een andere manier om de kerk in de tijd plaatsen. Hij roept een grote kerkvergadering bijeen, het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Zijn uitgangspunt was dat de kern van de traditie onveranderlijk blijft, maar dat iedere tijd vraagt om eigen vormen, een eigen taal, om die kern voor mensen duidelijk onder woorden te brengen. Een aantal theologen dat in 1950 nog veroordeeld was voor ‘modernistische denkbeelden’ krijgt nu belangrijke adviseurposten. Het denken van Thomas van Aquino leek te hebben afgedaan.

Waardering

Het Tweede Vaticaans Concilie slaagde er ten dele in om de dialoog met de moderne tijd te herstellen. Vooral het document over de kerk in de wereld (Gaudium et Spes) duidt vele politieke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen op een positieve manier.
Maar de kritiek op deze positieve omgang met de moderne wereld bleef ook. Loopt een kerk die met de tijdgeest trouwt niet snel het risico om weduwe te worden?* Of ging het Tweede Vaticaanse Concilie nog niet ver genoeg in haar omhelzing van de moderne wetenschappen? Deze discussie over de omgang van de kerk met de moderne tijd loopt nog steeds.
Opvallend is daarin de herwaardering van Thomas van Aquino, zowel binnen als buiten de kerk. Op een aantal terreinen, metafysica, rechtsfilosofie en de sociale ethiek van de kerk, wordt hij weer bestudeerd.

* A. Bodar, De Kerk moet het ideaal hoog blijven houden, Brabants Dagblad,
9 september 2011.

Ga terug naar Moderniteit