Katholieken en de samenleving

Katholiek Onderwijs

Kwaliteit

Katholiek onderwijs staat voor kwalitatief goed onderwijs. Iedere school die zich respecteert zal dit ook van zichzelf zeggen. En veelal terecht. Toch hebben we twee redenen om hiermee te beginnen. In de eerste plaats zijn katholieke scholen zoals andere scholen maatschappelijke instellingen waarvan de samenleving verwacht dat zij onderwijs bieden van een hoge kwaliteit; in de tweede plaats vullen katholieke scholen onderwijskwaliteit op een zodanige manier in dat het aan die scholen iets eigens geeft. Over dat eigene willen we het hebben.

Pedagogische opdracht

Als het goed is zal een katholieke school niet volstaan met leerlingen goed te leren rekenen, spellen, kortom wegwijs te maken in het beheersen van de wereld. Naast dit beheersen zullen katholieke scholen leerlingen ook uitdagen om de wereld te leren waarderen. Hiervoor heb je een kompas nodig, in dit geval een mensbeeld ofwel een visie over hoe mensen behoren te zijn.

Mensbeeld

Hoe komen katholieke scholen aan zo’n mensbeeld? Welnu, dat ontlenen zij aan het katholieke geloof, gebaseerd op Schrift, traditie en kerkelijk leergezag. Wat kunnen we van dat katholieke mensbeeld zeggen? Dat het twee in het oog springende karakteristieken heeft. Het is relationeel en richt zich op de hele mens. Dat betekent dat (jonge) mensen (1) sociale wezens zijn die in relatie staan tot zichzelf, anderen, de wereld en tot God en dat (2) hun gaven zo breed mogelijk tot ontplooiing mogen komen. God is daarbij een God die liefde is en de wereld heeft geschapen. Vanuit dit mensbeeld vormen katholieke scholen hun leerlingen tot ‘hele’ mensen.

Pedagogisch concept

We hebben gezien dat katholieke scholen zich in hun onderwijs laten leiden door een mensbeeld, een visie op hoe mensen behoren te zijn. Maar daarmee zijn we er nog niet. De vraag is nu hoe zo’n mensbeeld doorwerkt in de dagelijkse schoolpraktijk. Daarvoor heeft een school een pedagogisch concept (schoolvisie) nodig. Daarin probeert zij een relatie te leggen tussen aan de ene kant: pedagogische doelstellingen, manieren van leren en onderwijzen, schoolklimaat en aan de andere kant: de waarden uit het mensbeeld. Het leggen van relaties is niet (altijd) gemakkelijk en vaak blijft er tussen de verschillende onderdelen een spanning zitten. Dat maakt ook dat we na verloop van tijd, onder invloed van veranderingen, het concept weer moeten aanpassen of bijstellen. Van iedere school kunnen we zeggen dat zij haar eigen pedagogisch concept heeft waar plaatselijke omstandigheden in doorklinken.

Een positief mensbeeld

Het katholieke mensbeeld is een positief mensbeeld. Het richt zich, zo zagen we, op onze relaties tot anderen, onze ontplooiing tot volledigheid, maar ook op rechtvaardige verhoudingen in de samenleving, op zorg voor elkaar. De grote inspiratiebron achter al deze waarden is uiteindelijk de boodschap en het leven van Jezus van Nazareth die door katholieken (christenen) wordt erkend als Gods eigen Zoon. Vanuit dit mensbeeld staan katholieke scholen positief kritisch tegenover de samenleving en kritiseren zij bijvoorbeeld het eenzijdig benadrukken van het economisch nut van jonge mensen als toekomstige arbeidskrachten.

Waardegemeenschap

Het opstellen van een pedagogisch concept is niet een zaak van alleen de schoolleiding of het schoolbestuur maar van allen die met de school verbonden zijn. Dus een zaak ook van leraren, leerlingen en ouders en onderwijsondersteunend personeel. Zij allen moeten zich erin herkennen door er hun bijdrage aan te leveren. Twee opmerkingen nog over het pedagogisch concept.

Waarden

Door het pedagogisch concept noemen we een schoolgemeenschap ook wel een waarde- of morele gemeenschap. Betrokken zijn op waarden is niet alleen een zaak van het verstand maar ook van het hart. Dat laatste wil zeggen dat wij ons persoonlijk tot die waarden moeten bekennen en ze ons ook eigen moeten maken.

Geloof

Het blijft voor een katholieke school een uitdaging om de katholieke geloofstraditie steeds weer te verwoorden en te verduidelijken. Wanneer en waar moet je wat zeggen? Natuurlijk moet daarbij rekening worden gehouden met de samenstelling van het schoolteam en de leerlingenpopulatie. Die kunnen levensbeschouwelijk heel divers zijn. Maar hoe divers ook, een katholieke school ontkomt er niet aan om haar verbinding met de katholieke geloofstraditie uit te drukken. Het behoort tot haar taak om in een religieus pluriforme samenleving te werken aan echte tolerantie. Niet het onverschillig omgaan met levensbeschouwelijke en religieuze veelvormigheid maar juist de verschillen actief te waarderen.

Dragers van katholieke identiteit

We hebben een pedagogisch concept en spreken over de school als een waardegemeenschap. Maar hoe voorkomen we nu dat deze zaken geen papieren werkelijkheid worden? Er moet met andere woorden een praktische vertaalslag plaatsvinden. Heel belangrijk daarbij zijn de leraren, zij staan op de werkvloer midden in het primaire proces. De vraag is hoe draagkrachtig en authentiek een leraar is als het om katholieke identiteit gaat. Kan hij die in gesprek brengen met leerlingen, collega’s en ouders? Welke taal en welke kennis heeft hij daarvoor nodig? Naast een vertrouwdheid met de katholieke geloofsgemeenschap en cultuur veronderstelt het ook kennis van het christelijk geloof en de katholieke traditie. Dat geldt des te meer voor leraren in het basisonderwijs omdat zij ook verantwoordelijk zijn voor het vak godsdienst/ levensbeschouwing. Zijn zij bijvoorbeeld in staat om hun eigen religiositeit daarin ter sprake te brengen?

Naast leraren kunnen ook een schoolleider, een bestuurder maar ook ouders en in bepaalde gevallen ook leerlingen als dragers van katholieke identiteit optreden. Heel algemeen kunnen we zeggen dat een katholieke school niet zonder een bepaald quotum leraren kan dat duidelijk berokken is op geloof en zingeving.

Herkenbaarheid van een katholieke school

Eerder werd al opgemerkt dat de kwaliteit van een katholieke school alleen een eigen invulling kan krijgen als het pedagogisch concept wordt doorvertaald naar de werkvloer. Wat we daarmee bedoelen, maken we duidelijk met de volgende vragen:

  • Komt de vormingsopdracht tot vorming van de leerlingen tot ‘hele’ mensen voldoende naar voren?
  • Leren leerlingen in het geboden onderwijs de werkelijkheid te waarderen en hoe speelt een katholieke levensvisie daarin een rol?
  • Hoe worden geloof en cultuur op elkaar betrokken in de onderwijs- en vakinhouden? Hoe komt dat tot uitdrukking in de inrichting van het schoolgebouw? Hoe speelt de katholiciteit een rol bij de keuze voor het vak godsdienst/ levensbeschouwing?
  • Op welke wijze draagt de katholieke school bij aan een meer humane samenleving? Worden leerlingen bijvoorbeeld bewust gemaakt van onrechtvaardigheid in maatschappelijke structuren?
  • Hoe deskundig zijn de leraren als het gaat om de katholiciteit van de school en is er voorzien in een eventuele verdere scholing van hen op dit punt?
  • Hoe participeren bestuur, schoolleiding, leraren, ouders en leerlingen in de ontwikkeling van een katholieke school tot een morele gemeenschap?
  • Is er aandacht voor schoolpastoraat en hoe geeft de school daar vorm aan?
  • Hoe geeft de school vorm aan de band met de ‘lokale’ katholieke geloofsgemeenschap?

Misschien ten overvloede: deze lijst met vragen is niet uitputtend maar een eerste aanzet voor het ‘doorvertalen’.

Ga terug naar Katholiek Onderwijs