Katholieken en hun vieringen (feesten)

Kerstmis

Kerstmis

Op dit feest vieren wij de geboorte van Jezus, Gods Zoon die mens geworden is. Ondanks dat zijn exacte geboortedatum niet zeker is te bepalen, weten we wel dat Hij niet geboren is op 25 december van het jaar 0. Waarschijnlijker is het dat Hij geboren is een jaar of zeven eerder. Er is geen enkel Bijbels argument voor 25 december of voor een bepaald geboortejaar.

Gekerstend

Kerstmis is een gekerstend feest dat zijn oorsprong vindt in het Germaanse feest van de zonnewende, de joelfeesten. Dit feest werd toen gevierd om aan te geven dat de dagen weer gaan lengen. Het licht keert terug. Bestaande feesten zijn gekerstend door de vroegchristelijke kerk. Op deze manier werd het nieuwe geloof toegankelijk gemaakt voor een ieder. Zo is dit zonnewendefeest ons kerstfeest geworden. Ook nu vieren we de komst van het Licht: Jezus, Gods’ Zoon, die op aarde komt.

Hoogtijdagen

Zoals alle christelijke hoogtijdagen, vieren we Kerstmis op 2 dagen (25 en 26 december), terwijl de kerstavond op 24 december is. Vroeger kenden we naast de nachtmis op 24 december in elke parochie ook nog de dageraadsmis op 25 december. De dageraadsviering is een nachtmis vroeg in de ochtend, zo ontmoeten we het opkomende licht.
Op 2e kerstdag is in de kerk soms een zangviering of Kindje wiegen. De tweede kerstdag is ook gewijd aan Stephanus, de eerste martelaar. De liturgische kleur is dan ook rood.

Historisch perspectief

Wanneer voor het eerst Kerst gevierd werd, is niet bekend. In de vroege middeleeuwen kenden we het feest al. Om het nieuwe geloof toegankelijk te maken voor velen, is er voor Kerstmis gebruik gemaakt van onder meer de zonnewendefeesten. Feesten, gebruiken en heilige plaatsen werden overgenomen. Die praktijken zijn opgenomen in het nieuwe, christelijke geloof. Geleidelijk aan is het kerstfeest verder aangekleed met alle attributen die we nu kennen. Eerst heel devoot met de kerstvoorstelling (het stalletje). De kerstboom kwam pas later in beeld. Na de reformatie was er de opmars van de sparrenboom vanuit Duitsland. De met snoep, fruit en lichtjes versierde boom heeft ook een heidense/ Germaanse oorsprong. De groenblijvende takken geven hoop op het nieuwe voorjaar wanneer de natuur weer gaat uitbotten. Snoeren van snoep en vruchten in de boom leggen de link naar vruchtbaarheid en voldoende voedsel.

Heilshistorisch perspectief

De katholieke kerk is sterk in het beeldend illustreren van het geloof. Symboliek en verhalen (door)vertellen horen daar bij. Kerstmis als gebeurtenis is gesitueerd in Bethlehem in de streek van Judea, maar het verhaal en het stalletje hebben wel een erg West-Europees gezicht gekregen. We vertellen dit verhaal generatie op generatie. De boodschap is helder: Jezus kwam voor ons op aarde. Hij gaf ons het voorbeeld zoals wij moeten leven in vrede en voorspoed met elkaar. Hij kwam om ons te verlossen van de (erf)zonde, waarmee de mensheid beladen was sinds de zondeval van Adam en Eva. Bij Kerstmis horen kaarsen. Het is het feest van het licht. In de kerk branden altijd kaarsen, maar met Kerst branden er uitbundig veel, want Christus wordt vergeleken met het licht.

Kerstmis wordt vaak (ten onrechte) gezien als het belangrijkste feest voor christenen, maar Kerstmis is de opmaat voor Pasen. Het Kind is met Kerstmis geboren maar zal pas met Pasen door Zijn verrijzenis voldoen aan de profetieën en ons verlossen. Jezus is voor ons gekruisigd, gestorven en verrezen uit de doden. Pasen draagt de verrijzenisgedachte ten volle uit en is daarmee ook hét christelijke hoogtijfeest bij uitstek

Het kerstverhaal

In de bijbel staan heel vaak bijzondere geboorteverhalen bij belangrijke personen. Zo ook bij de geboorte van Jezus. Er is van alles te doen geweest rondom de geboorte van Jezus. Maria en Jozef moesten vanwege de volkstelling op reis. Het kind werd geboren in een stal omdat er in de herberg geen plaats meer was. Maria was zwanger, maar Jozef was niet de verwekker van het kind. Een engel bracht aan Maria de blijde boodschap. Zij zou de Zoon van God dragen en baren.

In 1224 vroeg de heilige Franciscus van Assisi toestemming aan paus Honorius III om een levende kerststal op te mogen bouwen. Zo zouden de mensen in Greccio (Italië) aan den lijve kunnen ervaren hoe Jezus in nederigheid, in armoede en in behoeftige omstandigheden geboren werd. Samen met vrienden en volgelingen werd een tochtige schuur in het bos omgebouwd tot levende kerststal met stro in de kribbe, een os en een ezel. Van eenvoud en armoede werd iets verhevens gemaakt.

De ‘bewoners’ van de stal zijn naast Jezus, Maria en Jozef de herders, de drie koningen en de engel(en). De herders zijn vergezeld van hun schapen en hond. Dieren hebben een belangrijke rol. Symbolisch staan zij voor de onschuld. Er was geen plaats voor Hem in de herberg, maar de dieren, de os en de ezel (vgl. Jes. 1,2-3) hielden Hem warm. Een engel met het opschrift ‘Gloria in excelsis Deo’ zweeft boven de stal net als  de ster uit Bethlehem. In elke kerk staat gedurende de kersttijd de stal opgesteld. Op de zondag Epifanie komen de drie wijzen of koningen er ook bij. Vroeger werd dit altijd gevierd op 6 januari. Epifanie wil zeggen: Openbaring des Heren, waarmee bedoeld wordt de begroeting, aanbidding door de drie wijzen. Deze wijzen worden naar de stal geleid door de ster; zij hebben een kameel of dromedaris bij zich en soms een kameeldrijver. Het kindje Jezus komt in de nachtmis op 24 december in de stal.

Al heel snel na de geboorte moesten Maria, Jozef en Jezus (de heilige Familie) op de vlucht voor de wraakactie van koning Herodes, die alle pasgeboren jongetjes wilde vermoorden. Immers de drie wijzen hadden aan Herodes gemeld dat er een nieuwe koningszoon was geboren. Herodes zag in Jezus een concurrent (vgl. Mat. 2,16-18).

Ga terug naar Kerstmis