Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Overleden Gelovigen

Eindbestemming hemel

Hoe de hemel er precies uitziet en hoe het daar is, daar zijn in de loop der eeuwen allerlei voorstellingen van gemaakt. Een bekende, romantische voorstelling is die van mensen die daar ‘met gouden lepeltjes zouden eten’. Maar de Bijbel zegt er eigenlijk niet zo veel over. Een beeld in het laatste Bijbelboek Openbaring is dat van een eeuwige stad van vrede, het nieuwe Jeruzalem, waar God en mensen samenwonen. De hemel als een stad waarin alles enkel en alleen goed is, zonder verdriet, dood en pijn. Jezus spreekt over het huis van zijn Vader waar veel kamers zijn (Joh. 14,2). Waar plaats voor velen is. We zullen God zien zoals Hij is, van aangezicht tot aangezicht (I Kor. 13,12).

Gemeenschap van gelovigen

De kerk leert dat de hemel de gemeenschap van leven en liefde is met God (de heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en heilige Geest), Maria en alle engelen en heiligen. Het is ons spirituele thuis, de plek ook waar je herenigd wordt met je dierbaren. Katholieken geloven in een gemeenschap van gelovigen, van levenden en doden, waarbij de grens tussen leven en dood wegvalt. Doden en levenden blijven met elkaar verbonden. Het lichaam is wel dood, maar de ziel die wedergeboren is door het doopsel in Christus bestaat nog altijd. De kerk gelooft ook in de verrijzenis van het lichaam aan het einde der tijden. Wie betreden na hun aardse dood de hemel? Kort gezegd: zij die door goede werken te doen, de hemel hebben ‘verdiend’.

Loutering

Katholieken kennen, in tegenstelling tot protestanten, een tussenrijk tussen hel en hemel: het vagevuur. Een plaats van loutering en purificatie (purgatorium, in het latijn). Over de term vagevuur bestaan veel misverstanden. Toch is het een voor de kerk belangrijk begrip. Het eerste deel van dit woord is verwant met vegen. Vegen in de zin van zuiveren, schoonmaken. Na de dood kan er, voordat je je eindbestemming in de hemel bereikt, een soort zuivering, loutering plaatsvinden. Op een plaats waar vergeving is en waar mensen doorheen moeten gaan om te komen tot eeuwig leven. Veel mensen worden nu al, in dit leven op aarde, gelouterd of gezuiverd. Zij lijden door ziekte, armoede of vervolging, en als ze daar goed mee omgaan, hebben ze eigenlijk nu al het vagevuur. Na hun dood gaan zij waarschijnlijk sneller naar de hemel. Mensen die een uitzonderlijk heilig, goed leven leiden, gaan na hun dood niet naar het vagevuur, maar rechtstreeks naar de hemel. De kerk gelooft dat de meeste andere mensen naar het vagevuur gaan. Alvorens zeker in de hemel te belanden. De hel is daarentegen een plek van blijvende marteling en uiterste eenzaamheid, waar je voor altijd gescheiden bent van God. Een plek voor hen die op geen enkele wijze voor het goede hebben gekozen. Mensen krijgen na een zonde vaak spijt en ze tonen dan berouw. Katholieken biechten hun zonden (zie sacramenten van genezing) en geloven dat God hen vergeeft. Toch koesteren mensen nogal eens prettige herinneringen aan hun zonden. Ze zijn gehecht aan de zonde in die zin dat ze er met genoegen aan terugdenken. De zielen in het vagevuur ‘willen’ van die gehechtheid verlost worden. In het vagevuur ‘ontdekken’ zij dat ook de kleinste zonde vreselijk is en God beledigt. God die volmaakt goed en liefdevol is.

Gedenken

Mensen gedenken hun doden op verschillende manieren. Je kunt een foto van de gestorvene op een tafeltje neerzetten, een boom of een struik planten of het graf bezoeken en bloemen hierop neerleggen. Omdat de kerk gelooft in een gemeenschap van gelovigen, van levenden en doden, kunnen mensen ook voor dierbare gestorvenen bidden en offeren. Dit kan vergezeld gaan met het branden van een kaars(je). Maar de grootste gave die ze kunnen brengen is het vieren van de eucharistie, waarin de genade van het verlossend lijden van Jezus speciaal wordt gevraagd voor en toebedeeld aan de overledene. Aan een begrafenis of crematie gaat bij katholieken de uitvaartplechtigheid vooraf. De familie kan op de avond vooraf ook nog voor een avondwake kiezen. Dit is een sobere plechtigheid waarbij de overledene herdacht en voor hem of haar gebeden wordt. De volgende dag is dan de uitvaartplechtigheid. Dit kan een requiemmis zijn, een woord- en communieviering of een gebedsdienst. Tijdens die plechtigheid vinden allerlei rituelen plaats, zoals het aansteken van kaarsen rondom de kist. Dit verwijst naar het licht van Christus. Op het einde wordt het lichaam van de overledene bewierookt omdat de heilige Geest daarin een leven lang mocht wonen. De kist wordt ook met wijwater besprenkeld ter herinnering aan de doop van de overledene (de bewieroking en besprenkeling onder het uitspreken van gebeden wordt de absoute genoemd). Op vele manieren wordt de hoop op het eeuwige leven bij God in woord en beeld uitgedrukt. Zo wordt tot slot vaak in het Latijn gezongen over de hoop dat engelen de overledene mogen begeleiden naar het paradijs (In Paradisum).

Zalig- en heiligverklaringen

Katholieken die een deugdzaam, voorbeeldig leven hebben geleid, in de voetsporen van Christus, kunnen zalig verklaard worden. De zaligverklaring is een uitvoerig proces en geldt als stap op weg naar heiligverklaring. Om zalig verklaard te worden moet onder meer een wonder erkend worden door de kerk. Een wonder, zoals een onverklaarbare genezing, dat dankzij de zalige gebeurd is. Een heilige word je als een tweede wonder erkend is. De officiële heiligverklaring door de paus vindt plaats op het St. Pietersplein of in de St. Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Katholieken bidden tot zaligen en heiligen in de hemel, omdat God hen in staat stelt ook nu nog genaden uit de delen en voorsprekers te zijn (dit is overigens niet echt anders dan al op aarde gebeurde). Ze vereren hen, maar aanbidden ze niet. Dat laatste komt alleen God toe. De nieuwe heilige wordt op de lijst van heiligen geplaatst en de sterfdag van de heilige wordt door de kerk gevierd als zijn of haar geboortedag in de hemel. Dit is een officiële kerkelijke feestdag (zie heiligen en martelaren).

Ga terug naar Overleden Gelovigen