Waarin katholieken geloven

God: Schepper en Vader

Een Vader in verbondenheid

Christenen geloven dat God één is. Een eenheid die bestaat uit God de Vader, God de Zoon en de heilige Geest. Dit klinkt wat verwarrend, want het gaat om drie Personen. Deze Personen zijn van elkaar te onderscheiden maar niet van elkaar te scheiden. Het Johannesevangelie zegt het zo: ‘Want Hij, die door God gezonden is, spreekt Gods eigen woorden: zo mateloos schenkt God zijn Geest’ (Joh 3,34). Je kunt zeggen dat ze als eenheid een gemeenschap vormen. De christelijke God is zo bezien een relationele God: de Vader is innig verbonden met Zijn Zoon en met de heilige Geest.

God: aan alles voorafgaand

God staat aan het begin van alle dingen. Van Hem gaat alles uit. Zo bezien is Hij dus letterlijk degene die de werkelijkheid in wording brengt. Over wat Hij schept kun je lezen in het eerste boek in de Bijbel (Genesis). Daar lees je over de wording van het licht, het land de zee, de mens. Eigenlijk alles.

Mensen zijn gericht op God

In de Bijbel wordt meermaals over God gesproken als liefde: ‘God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem’ (1 Joh 4,16). De mens komt als schepsel voort uit deze liefde. Tegelijkertijd stemmen wij ons voordurend op de liefde af. In de liefde ligt namelijk ons geluk, volgens de beroemde theoloog Thomas van Aquino. Een gelukkig bestaan bouwen we samen met anderen op. Dit bestaan – zo geloven katholieken – vindt zijn uiteindelijke bestemming in God.

God als Schepper

Over de dingen die God schept kunnen we lezen in het Oude Testament. In het allereerste boek van de Bijbel (Genesis) vinden we twee scheppingsverhalen. Het begin van het eerste verhaal ken je misschien wel. Het zijn bekende zinnen:

‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de Geest van God zweefde over de wateren’ (Gn 1,1-2).

We lezen vervolgens dat God alles in wording brengt: het scheiden van licht en duisternis tot aan de mensen dieren en de gewassen.

Het tweede scheppingsverhaal lezen we in hoofdstuk twee van Genesis. God boetseert de mens uit stof en blaast hem tot leven:

‘Toen boetseerde Jahwe God de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen’ (Gn 2,7).

De Vader in het Oude en Nieuwe Testament

In de Bijbel (Oude en Nieuwe Testament) wordt gesproken over God als Vader. In het Oude Testament verbindt God zich als Vader met het volk van Israel. In het Nieuwe Testament komen we de Vader op het spoor in de woorden van Jezus. Laten we dit eens van wat dichterbij bekijken.

Een Vader verbonden met Zijn Volk

Wat opvalt in het Oude Testament is dat God de Vader actief naar voren komt. Zo kunnen we lezen in het Bijbelboek Exodus dat hij Mozes aanspreekt. Hij roept Mozes tot zich en zet hem aan om het onderdrukte volk van de Israëlieten uit Egypte te leiden:

‘En vanuit de doornstruik riep God hem toe: ‘Mozes, Mozes.’ ‘Hier ben ik,’ antwoordde hij. Toe sprak Jahwe: ‘Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond.’ En Hij vervolgde: ‘Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Toen bedekte Mozes zijn gezicht want hij durfde niet naar God op te zien’ (Ex 3,4-6).

In deze Bijbelverzen klinkt duidelijk een verbondsrelatie door. God heeft zich verbonden met de Aartsvaders van het volk van Israel: Abraham, zijn zoon Isaak en diens zoon Jakob. God is zo bezien de Vader van dit volk, maar niet zozeer in fysieke zin. In het joodse denken is God bovenal Vader voor Zijn volk in de wijze waarop Hij Zijn volk onderwijst, straft en verlost. Vaderschap heeft vooral dus een ethische lading. Deze ethische invulling is het sterkst terug te zien in de vader-zoon relatie. In dit geval de relatie tussen de Heer (als Vader) en de Aartsvaders (als zonen van Israel) die hun Vader gehoorzaamheid verschuldigd zijn.

God als Schepper en God als Vader vallen zo bezien in zijn joodse oorsprong niet direct samen. Als Schepper roept God de gehele werkelijkheid in wording. Als Vader gaat Hij daarentegen een verbondsrelatie aan met een volk: het volk van Israel. In het Nieuwe Testament zullen we zien dat deze relatie zich verbreedt.

Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament horen we – anders dan in het Oude Testament – op meer indirecte wijze over God de Vader. Het meest tastbaar komen we God de Vader op het spoor in de woorden van Jezus. In de vier evangeliën (vooral het Johannesevangelie) spreekt Jezus veelvuldig over zijn Vader. Jezus noemt hem abba. Abba is Aramees (de taal die Jezus sprak) voor ‘pappa’. Jezus sprak dus vol liefde en vertrouwen over zijn hechte band met zijn vader.

Een krachtige Vader

Jezus is op bijzondere wijze verbonden met zijn Vader. Hij komt ‘uit’ de Vader. Zijn kracht ontvangt hij ook van de Vader, zoals te zien in het volgende vers uit het Johannesevangelie:

‘Ik zeg u: de Zoon kan niets uit zichzelf, maar alleen datgene wat Hij de Vader ziet doen. En alles wat Deze doet, doet de Zoon insgelijks’ (Joh 5,19).

Alle wonderdaden die Jezus doet in de evangeliën doet hij dus niet op eigen kracht. De volmacht om mensen letterlijk en figuurlijk te helen en de ogen te openen is Jezus dus gegeven door de Vader. Jezus’ ontreddering is dan ook groot wanneer hij beseft dat hij sterven gaat. Wanneer hij zich ’s nachts terugtrekt op de Olijfberg (Getsemane) spreekt hij tot zijn Vader:

‘Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede’ (Lc 22,42).

Jezus dood aan een kruis is te zien als een offer: hij geeft zijn leven voor de wereld. Over hoe Jezus verraden wordt door Judas, hoe hij lijdt en uiteindelijk sterft kun je lezen in de vier evangeliën. Maar Jezus dood heeft niet het laatste woord. Door de dood heen vindt hij de weg naar hernieuwd leven. Dat is uiteindelijk de echte betekenis van het evangelie (letterlijk: ‘blijde boodschap’). Maar de weg naar hernieuwd leven vindt Jezus niet op eigen kracht. Ook hier is de kracht van God de Vader weer allesbepalend: Hij wekt Jezus op uit de dood. De apostel Paulus vertelt hierover in zijn Romeinenbrief:

‘Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewerkt, een nieuw leven zouden leiden’ (Rom 6,4).

Een Vader voor alle mensen

Het zojuist weergegeven citaat van Paulus laat nog iets anders zien: de Vader leidt niet alleen Jezus naar nieuw leven, ook degenen die in Jezus Christus geloven en zich laten dopen. In het doopsel vinden wij dus ook door de Vader nieuw leven. En hiermee gebeurt iets opvallends. God de Vader weet zich in het Oude Testament verbonden met het volk van Israel. In het Nieuwe Testament opent zich de werkzame kracht van de Vader echter naar de wereld. De Vader is niet alleen de Vader van één volk, maar van allen die in Jezus Christus en zijn Vader geloven. Daarom lezen we in het Johannesevangelie ook:

‘Wie luistert naar mijn woord en gelooft in Hem die Mij zond, heeft eeuwig leven en is aan geen oordeel onderworpen; hij is immers reeds uit de dood naar het leven overgegaan’ (Joh 5,24).

Ga terug naar God: Schepper en Vader