Katholieken en hun vieringen (feesten)

Pasen

Een nieuw begin

Pasen is een feest van hoop en nieuw begin. Wij staan met dit feest stil bij de verrijzenis van Christus. In de evangeliën kunnen wij lezen over Jezus’ passie (=lijden) en zijn gewelddadige kruisdood. Jezus’ dood is een droevig dieptepunt en zorgt voor grote verwarring onder zijn apostelen (=leerlingen). Drie dagen na zijn sterven gebeurt er echter iets ongehoords: Jezus staat op uit de dood. Dóór de dood heen toont hij ons de weg naar nieuw leven. Deze hoop, deze vreugde, vormt het hart van ons paasfeest.

Getuigenissen

Na zijn verrijzenis is Jezus nog korte tijd onder de mensen. Zo verschijnt hij aan een verdrietige vrouw – Maria Magdalena genaamd – die hem aanvankelijk niet herkent. Later toont hij zich aan zijn apostelen, die hun verbazing en vreugde maar moeilijk kunnen bedwingen. Zij zijn de eerste getuigen van de verrezen Christus. Nadat Jezus is teruggekeerd naar de Vader, komt de Helper (de heilige Geest) tot de leerlingen. De Geest sterkt en inspireert de leerlingen om de blijde boodschap te gaan verkondigen.

Goede Week

De laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen, zijn lijden, kruisdood en verrijzenis nemen een belangrijke plaats in voor christenen. Ieder jaar weer staan wij stil bij deze gebeurtenissen tijdens de Goede Week. Ze vormen de scharniermomenten van ons liturgisch jaar.

De vastentijd bereikt haar hoogtepunt in de Goede Week (de week voorafgaand aan Pasen). Deze week begint met Palmzondag en kent een aantal belangrijke momenten: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. De nacht van zaterdag op zondag heet de Paasnacht. Dit is de nacht waarin de verrijzenis van Christus wordt gevierd. Op de Paasnacht volgen Eerste Paasdag (Paaszondag) en Tweede Paasdag (Paasmaandag).

Vastentijd

foto: Christian van de Heijden

Zeven zaterdagen voor Pasen begint het carnaval. De naam komt van het Latijnse woord ‘carna vale’ dat ‘vlees vaarwel’ betekent. Het is een feest dat uitbundig gevierd wordt, want na de carnaval breekt een periode van soberheid aan: de vastentijd. De vastentijd begint met Aswoensdag en duurt veertig dagen. Het getal veertig heeft een sterke symbolische betekenis. Zo verbleef Jezus veertig dagen in de woestijn om zich voor te bereiden op de verkondiging van zijn blijde boodschap. Maar ook in het Oude Testament komt dit getal meermaals naar voren. Mozes bracht bijvoorbeeld veertig dagen door op de berg Sinaï en de profeet Elia leefde eenzelfde periode in de woestijn. Stuk voor stuk waren dit dagen van afzondering en vasten.

Tijdens de veertigdagentijd is het de bedoeling dat mensen zich bewust worden van de lijdensweg die Jezus heeft afgelegd tot zijn kruisiging. Het is een tijd van boetedoening, vasten en onthouding. Sommige christenen drinken in deze periode bijvoorbeeld geen alcohol of eten geen vlees. Op veel basisscholen zijn er vastenprojecten waarin geld wordt ingezameld voor het goede doel. En veel jongeren kiezen voor een eigentijdse invulling van die vastentijd, door bijvoorbeeld veertig dagen geen televisie te kijken.

Palmzondag

Op de zondag vóór Jezus’ lijden gedenken wij dat hij Jeruzalem binnentrekt op een ezel. Hiermee gaan de woorden van de oudtestamentische profeet Zacharia in vervulling:

‘Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin’ (Zach 9,9).

Als Jezus de stad nadert, verzamelt zich een grote menigte mensen die hun mantels voor hem op de grond uitspreiden en zwaaien met palmtakken. Daarbij roepen zij: ‘Hosanna; Gezegend de Komende in de naam des Heren’ (Mc 11,9). In de kerk gedenken wij dit gebeuren door het uitdelen van gezegende palmtakjes onder de gelovigen. Zij trekken met deze takjes in processie door de kerk. Kinderen lopen vaak mee met hun ‘palmpasen’: twee latten in de vorm van een kruis met bovenaan een broodhaantje, versierd met lekkernijen. Na afloop van de viering brengen ze hun palmpasen naar zieke of oude mensen.

Witte Donderdag

Op Witte Donderdag wordt het laatste avondmaal van Jezus met zijn leerlingen herdacht. Jezus spreekt tijdens deze maaltijd over brood en wijn, zoals we kunnen lezen in het matteüsevangelie:

‘Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: ‘Neemt, eet; dit is mijn Lichaam.’ Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe met de woorden: ‘Drinkt allen hieruit. Wat dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van de zonden’’ (Mt 26,26-28).


De rooms-katholieke kerk gedenkt dit moment met een plechtige eucharistieviering. Katholieken geloven dat elke keer als deze woorden door de priester bij de consecratie (=heiliging) tijdens de mis worden uitgesproken, brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus.

Kunstenaar: Wasilii Wasin

Zoals Jezus op deze dag de voeten van zijn leerlingen waste, zo wast ook de priester op Witte Donderdag de voeten van een aantal gelovigen. Het wassen van iemands voeten werd in Jezus’ tijd als werk van bedienden gezien. Jezus nam deze taak echter dienstbaar op zich (Joh 13,1-20). Hij was immers gekomen om te dienen en niet om gediend te worden. In het evangelie lezen we dat Jezus na dit gebeuren naar Gethsemané trok om te bidden tot zijn Vader. Niet lang daarna wordt hij verraden door Judas en gevangengenomen door Romeinse soldaten.

Goede Vrijdag

Op Goede Vrijdag is de kerk stil. Er is op deze dag geen eucharistieviering. Wel wordt om drie ’s middags de kruisweg gebeden. De mensen lopen in de kerk soms langs de veertien afbeeldingen (kruiswegstaties) van Jezus’ lijdensweg. Hiermee wordt zijn lijden en sterven herdacht. Het is een dag van absolute inkeer. ’s Avonds is er in de kerk een Goede Vrijdagviering die ook in het teken staat van het lijden en sterven van Jezus. De viering wordt afgesloten met een communieritus. Daarna worden de overgebleven heilige hosties naar een rustaltaar gebracht dat het graf van Jezus symboliseert.

Stille Zaterdag en Pasen

Op Stille Zaterdag wordt herdacht dat Jezus in het graf ligt. De stilte van de zaterdag wordt echter doorbroken door het ongelooflijke nieuws dat het leven niet stopt bij Jezus’ kruisdood. De Paasnacht luidt het wonder van het christendom in: Jezus’ verrijzenis uit de dood. Gelovigen gedenken dit wonderbaarlijke gebeuren ieder jaar weer tijdens Eerste – en Tweede Paasdag. Vaak wordt er uitvoerig stilgestaan bij de verrijzenisteksten uit het Nieuwe Testament. Bijvoorbeeld middels de tekst uit het Johannesevangelie, waar Jezus zich te kennen geeft aan Maria Magdalena:

‘Maria stond buiten bij het graf te schreien … Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?’ In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: ‘Heer, mocht gij Hem hebben weggebracht, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.’ Daarop zei Jezus tot haar: ‘Maria!’ Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: ‘Rabboeni!’ – wat leraar betekent. Toen sprak Jezus: ‘Houd me niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.’ Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en wat Hij haar gezegd had’ (Joh 20,11-18).

Ga terug naar Pasen