Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Paus

Bisschop van Rome en paus

‘Paus’ is afgeleid van het Latijnse ‘papa’ wat vader betekent. Katholieken vieren de eucharistie (oftewel: heilige Mis) ‘in eenheid met de bisschop van Rome’. De paus wordt eerst bisschop van Rome genoemd en dan paus. Hij is paus omdat hij bisschop van Rome is, de opvolger van Petrus, die in het circus van Nero de marteldood stierf. Zoals Petrus de leider was van de apostelen, zo is de paus de leider van de bisschoppen, die in de katholieke kerk als opvolgers van de apostelen worden beschouwd.

Petrusambt

Simon, zoals Petrus eerst heette, was al tijdens het leven van Jezus spreekbuis en vertegenwoordiger van de apostelen. Jezus gaf hem een nieuwe naam ‘Kefas’, in het Grieks ‘Petros’, wat ‘Rots’ betekent. Simon kreeg de opdracht om voor de Kerk een ‘rots’ te zijn, een ‘rotsvaste steun’ in het geloof en de liefde. Die opdracht is overgegaan op zijn opvolgers, de bisschop van Rome.

College van bisschoppen en het hoofd van het college

Het Tweede Vaticaans Concilie zegt dat Jezus de leiding over de kerk aan de apostelen gezamenlijk heeft toevertrouwd, onder leiding van Petrus. De bisschoppen en de paus zijn collegiaal verantwoordelijk voor de hele kerk, maar wel zo dat de paus het laatste woord heeft. Daarom wordt gezegd dat aan de paus het primaat toekomt (van het Latijnse ‘primus’ wat ‘eerste’ betekent).

De protestantse hervorming en de paus

Om het pausschap zoals we het nu kennen, te begrijpen moeten we een paar stappen in de geschiedenis terug gaan. In de zestiende eeuw hadden Luther en Calvijn felle kritiek op onder meer het wereldlijke en luxueuze leven van pausen. De katholieke kerk reageerde daarop door een tegen-hervorming, een Contra-Reformatie te beginnen. Om zich tegen de protestanten af te zetten gingen katholieken het pausschap steeds sterker beklemtonen. Het pausschap werd zo tot hét symbool van katholieke identiteit.

De negentiende eeuw

In de negentiende eeuw werden katholieken in landen als Engeland, de Verenigde Staten en Nederland vaak als tweede rang burgers beschouwd. In die situatie gaf de paus hun een gevoel van eigenwaarde. Ze gingen er trots op tot een wereldkerk te behoren. Katholieke Ieren, Polen en Belgen zagen de paus als bondgenoot in hun strijd voor nationale onafhankelijkheid. In Frankrijk en Oostenrijk hadden katholieken te maken met een bemoeizuchtige staat. Ook zij vestigden hun hoop op Rome. Veel katholieken bewonderden de paus bovendien om zijn felle verzet tegen socialisme en liberalisme.

Het eerste Vaticaans Concilie

Deze vurige aanhangers van de paus werden ‘ultra-montanen’ genoemd, mensen die hun toevlucht ‘over de bergen’ zochten: over de Alpen, dus bij de paus van Rome. Zij hadden grote invloed op het eerste Vaticaans Concilie dat in 1870 plaats vond. Dit concilie deed verregaande uitspraken over de bestuursmacht en het leergezag van de paus.

Klimaatsverandering

Na de tweede wereldoorlog veranderde het klimaat. Katholieken begonnen kritischer naar hun eigen kerk te kijken. Ze begonnen in te zien dat het pausschap een lange historische ontwikkeling had doorgemaakt. Oecumenische contacten met protestanten verruimden de blik. In diverse landen kwam de emancipatie van katholieken tot voltooiing. Er kwamen steeds meer bisdommen bij in andere continenten en culturen en daarmee groeide de behoefte aan decentralisering van het bestuur van de katholieke kerk.

Tweede Vaticaans Concilie

Het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) speelde op deze veranderingen in. De concilievaders maakten duidelijk dat collegialiteit een belangrijk aspect is van het bestuur van de kerk. De uitspraken van het Eerste Vaticaans Concilie over de paus werden weliswaar bevestigd, maar de schijnwerpers werden nu vooral op de bisschoppen gericht. Het concilie verklaarde dat de bisschoppen hun gezag van Christus zelf ontvangen – en dus niet van de paus – en dat alle bisschoppen collegiaal verantwoordelijk zijn voor de hele kerk, onder de paus als hoofd.

Mensen op weg naar de paus

De communicatie van de paus met de wereldkerk loopt niet alleen via formele overlegkanalen. De paus ontmoet ook duizenden pelgrims die jaar in jaar uit naar Rome komen. Op Kerstmis viert hij samen met hen de nachtmis in de Sint Pieter, op de avond van Goede Vrijdag gaat hij hen voor op de kruisweg bij het Colosseum en op de ochtend van Pasen geeft hij de zegen over de pelgrims en over stad en wereld: ‘urbi et orbi’. Via de TV kunnen katholieken en anderen zulke momenten overal ter wereld meebeleven.

De paus op weg naar de mensen

Mensen gaan op reis naar de paus, maar omgekeerd zoekt de paus ook zijn gelovigen op. Vooral paus Johannes Paulus II deed zijn best zoveel mogelijk plaatselijke kerken overal ter wereld te bezoeken. Hij nam ook het initiatief tot de Wereldjongerendagen, die sinds 1985 in diverse continenten plaats vinden. Sommige gelovigen worden door deze massale ontmoetingen en vieringen niet aangesproken. Ook dat kan in de katholieke kerk. Maar veel mensen ervaren op zulke momenten een hechte verbondenheid met de paus en de hele geloofsgemeenschap: het gevoel dat ze er als gelovigen niet alleen voor staan.

Ga terug naar Paus