Katholieken en hun vieringen (feesten)

Kruis

Aan de symbolen herkent men met het geloof

Het jodendom kent de Davidster; de islam de maansikkel; het hindoeïsme het ohmteken. Het christendom heeft een kruis als symbool. In elke kerk, katholiek of protestant, is het aanwezig: verwerkt in het altaarstuk; op de muur achter de kansel; op het kleed over de tafel, op de kleding van de voorganger (priester of dominee). Op een katholieke begraafplaats zie je vaak een groot kruis met een Christusfiguur. Gelovige overledenen hebben een kruis op hun grafsteen of een kruis als zelfstandige grafsteen.

Een kruisteken maken

Veel gelovige katholieken ‘slaan een kruisje’ aan het eind van een gebed; soms ook bij het passeren van een heiligenafbeelding (Maria of Jezus) of bij het binnenkomen van een kerk. In de orthodoxe kerk bij het begroeten van een icoon. Zij maken met de hand een beweging van het hoofd naar de borst en vandaar naar de linker- en rechterschouder. Niet in alle kerken gebeurt dit maken van een kruisteken op dezelfde manier.

Waar komt het vandaan?

Het teken van het kruis wordt in verband gebracht met het lijden en sterven van Jezus aan het kruis op Golgotha. De Romeinen hebben deze executievorm overgenomen uit de stad Carthago. Jezus stierf aan een Latijns kruis (crux imissa). Hij moest zelf zijn kruis dragen: een dwarsbalk die later aan een paal werd bevestigd. Andere kruisvormen : Crux simplex (I – een paal), crux andreas (X – Andreaskruis) en crux comissa (T – Tau kruis of Antonius-kruis).

Waar het vandaan komt

In de eerste eeuwen van het christendom was er nog geen sprake van een kruis als symbool. Christenen moesten onderduiken om aan vervolgingen te ontkomen. Men maakte gebruik onder andere van het teken van de vis om er achter te komen of iemand (ook) christelijk was. Het Griekse woord voor vis is Ichthus (ἰχθύς). Iedere letter is een afkorting voor een woord: Iesous Christos Theou Huios Sooter; dit betekent: Jezus Christus, Gods Zoon, Redder.

In Ridderkerk-Bolnes staat een klein achtkantig protestants kerkje met een kruis en de tekst ‘In hoc signo vinces’. Deze tekst verwijst naar een verhaal van keizer Constantijn de Grote (280-337). Het verhaal gaat dat hij in de strijd tegen zijn mededinger Maxentius, bij de Milvische brug even ten noorden van Rome, een lichtend kruis aan de hemel had zien staan met de woorden ‘In Hoc Signo Vinces’. Dat betekent: In dit teken zul jij overwinnen. Een jaar later (313) vaardigde hij het edict van Milaan uit waarbij christenen volledige godsdienstvrijheid kregen en de kruisiging als vorm van doodstraf werd afgeschaft. Sinds die tijd symboliseert het kruis de overwinning van Jezus over de dood. Christenen geloven dat Jezus door zelf te sterven de straf voor de zonden van de mensen op zich genomen heeft. Door na drie dagen op te staan uit de dood heeft Hij dood en zonde overwonnen. Iedereen die gelooft dat Jezus Gods Zoon is en gedoopt is (Mar. 16,16) mag aanspraak maken op diezelfde verlossing van de zonde, op diezelfde overwinning over de dood. Lijden, verzoening en verlossing worden door het kruis gesymboliseerd.

De kruisiging van Jezus

Jezus werd door de Joodse overheid beschuldigd van godslastering. Door de Joden ter dood veroordeeld zou hij worden gestenigd. Maar de Romeinen kenden voor godslastering geen doodstraf. De Joodse overheid, het Sanhedrin of Joodse Raad, dwong stadhouder Pontius Pilatus min of meer Jezus tot de doodstraf aan het kruis te veroordelen. Hij zou een opstandeling zijn: niet gehoorzaam aan de keizer. Zowel Pilatus als zijn vrouw waren overtuigd van zijn onschuld; hij veroordeelde Jezus toch. De Joodse overheid dreigde Pilatus aan te klagen bij de keizer als ‘geen vriend van de keizer’.

De veroordeelde werd vastgebonden of vastgespijkerd aan het kruis, waarbij de spijkers door de polsen en de hiel werden geslagen. Vooraf werd de veroordeelde gegeseld. Doordat de gewonde aan uitgestrekte armen hing kreeg hij zuurstofgebrek en probeerde zich op te trekken aan de spijkers. Dit kostte helse pijnen en hield men ook maar heel kort uit. Deze cyclus herhaalde zich steeds weer. Wilde men het lijden van de gekruisigde bekorten, dan brak men de benen. De gekruisigde kon zich dan niet meer optrekken om adem te halen en stikte uiteindelijk. Bij Jezus was dit niet nodig omdat hij al gestorven was. Kruisiging was een zeer vernederende dood. Boven het hoofd van de gekruisigde stond op een opschrift vermeld waarom hij gestraft werd. Op het opschrift bij Jezus stonden de letters INRI: Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum (Jezus van Nazareth, koning der Joden).

Het kruisteken: een kruisje slaan

Katholieke en orthodoxe christenen maken vaak het kruisteken, een geloofsuiting die al in de vierde eeuw van onze jaartelling voorkwam. Het symboliseert de zegenbede: ‘In de naam van de Vader (hoofd); de Zoon (borst) en de heilige Geest (linker- en rechterschouder) Amen’. In het Latijn klinkt het als volgt: ‘In nomini Patris et Filii et Spiritus Sancti, Amen’.
Het hele leven staat onder het teken van het kruis. Beginnend bij de doop waar de priester zegt: ‘De gemeenschap van Christus is blij u in haar midden op te nemen. In haar naam teken ik u met het kruis’. Als het lichaam aan de aarde wordt teruggegeven klinkt het: ‘Ik teken uw lichaam met het teken van het heilig kruis, opdat het op de dag van het oordeel zal verrijzen en het eeuwig leven bezitten’. De eucharistieviering begint en eindigt met het kruisteken evenals gebed of werk. Profvoetballers uit overwegend katholieke landen slaan een kruisje als zij het veld op- of afgaan en als zij een doelpunt hebben gescoord.

Katholieken geloven dat de woorden van het kruisteken hen onderdompelen in de liefde van de heilige Drie-eenheid. Zij voelen zich innig verbonden met Vader, Zoon en heilige Geest. Ze raken het voorhoofd aan als zetel van al het denken en doen. God openbaart zich als Schepper van alle (on)zichtbare dingen. Als Vader is Hij de bron van alle leven. Met de hand op het hart/ de borst (de schoot): de plaats waar God mens is geworden in Maria. Van schouder tot schouder: de plaats van de kracht, want de heilige Geest is persoonlijke goddelijke liefde.
Het kruisteken vervult een belangrijke rol aan het eind van de mis: de priester zegent de gelovigen met het kruisteken. En ook als de paus de gelovigen zegent op het Sint Pietersplein met Kerstmis en Pasen maakt hij daarbij het kruisteken.

Het kruis zelf is een knoop tussen horizontaal en vertikaal, geknoopt op de plaats van het hart. Het kruis symboliseert de synthese tussen de liefde van en tot God (vertikaal) en tussen de mensen (horizontaal). Door het kruisteken stelt de gelovige zich in dienst van het dubbele gebod van de liefde, zoals Jezus de wet samenvatte.
In de Oosters orthodoxe kerken is de volgorde van handelen eerst het hoofd, dan de borst, dan naar de rechter- en vervolgens de linkerschouder. Een ander verschil zit hem in de manier waarop de hand wordt gebruikt. In de Oosters orthodoxe kerken worden alleen de duim, wijsvinger en middelvinger als symbool van de heilige Drie-eenheid gebruikt. De ringvinger en de pink zijn naar binnen gevouwen als symbool van de goddelijke en menselijke natuur van Jezus. Bij de Russisch orthodoxe kerk worden duim, pink en ringvinger (goddelijke Drie-eenheid) samengebracht en de wijs- en middelvinger (twee naturen van Jezus) gestrekt gehouden. Bij de andere kerken wordt de volle hand gebruikt, waarbij de duim naar beneden gevouwen is.

Ga terug naar Kruis