Katholieken en hun geloofsgemeenschap

Doop

In dit venster gaan we het hebben over het doopsel. Het doopsel is het eerste van de zeven sacramenten. Door de doop treed je toe tot de kerk. Wie worden er gedoopt, en waarom wordt er water gebruikt?

Opname in de (kerk)gemeenschap

Door de doop word je opnieuw geboren en in de familie van God, de spirituele familie, opgenomen. God de Vader wordt door de doop ‘vader’ van de dopeling (zo wordt de baby of volwassene die gedoopt wordt genoemd), Jezus Christus wordt ‘broer’ van de dopeling en Maria ‘moeder’.

Door de doop wordt de nieuwe katholiek ook lidmaat van de Kerk. De priester of diaken die doopt, wordt wel met ‘(eerwaarde) vader’ aangesproken. Terwijl de kerk als moeder het leven schenkt aan de dopeling vanuit de spirituele baarmoeder, de doopvont. Bij deze doopvont in de kerk wordt gedoopt, hierin bevindt zich het doopwater. Degene die wordt gedoopt wordt door de doop ook lid van de parochie en het bisdom waarin de doop plaatsvindt.

Doopbelofte

Bij de doop zijn behalve de dopeling ook de ouders, familieleden, vrienden en peetouders aanwezig. De peetouders of peten zijn de getuigen van de dopeling en degenen die hem of haar als voorbeeldige christenen steunen. Het uitspreken van de doopbeloften vormt een onderdeel van de doopviering. Omdat het kind niet voor zichzelf kan spreken, doen de ouders en peetouders dit. Is de dopeling een schoolkind, jongere of volwassene dan spreekt de dopeling de doopbeloften wel zelf uit. Als de doopbeloften zijn uitgesproken volgt daarna de geloofsbelijdenis, zoals die ook zondags wordt uitgesproken tijdens de eucharistievering. Direct daarop wordt de dopeling gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Lees meer